Ambtelijke notitie / intern advies.
Origineel
Ambtelijke notitie / intern advies. 14 september 1940. no 25/170/1 M 1940.
Aan den Inspecteur
van het Marktwezen
alhier.
Uit het bijgaand rapport van den Hr. Moerkerken
blijkt dat A. Cohen op zaterdagen wel handel
van de markt heeft.
Gedurende de laatste 6 weken heeft
Cohen geen gebruik van zijn plaats op de
Westermarkt gemaakt, waarvoor hij dan
ook is gewaarschuwd. Wat nu het ver-
zoek om uitstel betreft, dit moet hem,
m.i. niet verstrekt worden.
14-9-’40
[Handtekening, mogelijk: Meeuwisse] Het document is een korte, zakelijke notitie waarin geadviseerd wordt over de status van een marktkoopman genaamd A. Cohen. Uit de tekst valt op te maken dat de administratie van het Marktwezen nauwgezet bijhield of vergunninghouders daadwerkelijk hun standplaats innamen.
De kern van de notitie is een afwijzing: hoewel Cohen blijkbaar wel handel drijft op zaterdagen (mogelijk elders of op een andere manier), heeft hij zijn toegewezen plek op de Westermarkt al zes weken niet gebruikt. Hij heeft hiervoor al een waarschuwing ontvangen. De auteur van de notitie adviseert negatief op een ingediend verzoek om uitstel ("m.i. [mijns inziens] niet verstrekt worden"). Dit suggereert een strikte handhaving van de marktreglementen, waarbij het niet gebruiken van een plek kan leiden tot het intrekken van de vergunning.
De vermelding van de "Westermarkt" duidt er sterk op dat dit document afkomstig is uit de archieven van de gemeente Amsterdam. De datum van het document, 14 september 1940, is van cruciaal historisch belang. Het is slechts vier maanden na de Duitse inval en het begin van de bezetting van Nederland. Gezien de achternaam van de betrokken koopman (Cohen) en de tijdsperiode, moet dit document worden gezien in het licht van de beginnende uitsluiting van Joodse burgers uit het economische leven.
Hoewel de notitie op het eerste gezicht een louter administratieve kwestie lijkt (het niet benutten van een marktplaats), past de onverbiddelijke toon ("dit moet hem... niet verstrekt worden") in de strategie van de bezetter en meewerkende instanties om via strikte regelgeving Joodse ondernemers hun bestaansrecht te ontnemen. In 1941 zouden Joden uiteindelijk volledig van de reguliere markten verbannen worden en werden zij gedwongen hun handel te drijven op speciaal daarvoor aangewezen "Joodse markten". Dit document legt mogelijk een vroeg stadium vast van de bureaucratische druk die op Joodse marktkooplieden werd uitgeoefend om hun vergunningen kwijt te raken.