Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 262
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk advies/rapportage.

7 september 1940. Van: Een ambtenaar van het Marktwezen (ondertekening lijkt op G. Smoorhubes of J. Janssenhubes). Aan: De Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Ambtelijk advies/rapportage. 7 september 1940. Een ambtenaar van het Marktwezen (ondertekening lijkt op G. Smoorhubes of J. Janssenhubes). De Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. Advies op No 25/110/118 d.d.

Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

In verband met bijgaand verzoek van A. Cohen,
pl. 207 DRC, diene het volgende:
In het tijdvak van 17 Juni t/m 7 September '40 (12 weken)
heeft Cohen 7 malen, en wel op Zaterdagen, gebruik
gemaakt van zijn plaats.
Thans meldt verzoeker, dat hij wegens stagnatie
in den aanvoer van wollen garens, de markt niet
geregeld heeft kunnen bezoeken.
Uit de presentiekaart blijkt echter, dat zulks wel
op Zaterdagen het geval kon zijn.
Bovendien bezoeken de andere kooplieden in
wollen garens, alhoewel minder dan voorheen,
wel geregeld de markt.
M.i. zijn er dan ook geen (aanwezig) termen om het verzoek
toe te staan.

Amsterdam, 7 Sept '40
[Handtekening: G. Smoorhubes / J. Janssenhubes] Dit document is een ambtelijk advies met betrekking tot het standplaatsrecht van een marktkoopman genaamd A. Cohen (standplaats 207 DRC). Cohen heeft een verzoek ingediend, vermoedelijk om zijn standplaatsrechten te behouden ondanks een gebrekkige aanwezigheid.

De argumentatie van de ambtenaar is als volgt:
1. Feitelijk gebruik: In de voorafgaande 12 weken is Cohen slechts 7 keer aanwezig geweest, uitsluitend op zaterdagen.
2. Verweer van de koopman: Cohen voert aan dat hij niet kan komen door een gebrek aan voorraad ("stagnatie in den aanvoer van wollen garens").
3. Wederlegging: De ambtenaar stelt vast dat Cohen blijkbaar wél in staat was om op zaterdagen te komen, wat de bewering van totale stagnatie ondermijnt.
4. Vergelijking met branchegenoten: Andere handelaren in wollen garens bezoeken de markt nog wel geregeld, ondanks de algemene schaarste.

De conclusie van de ambtenaar is negatief: er zijn geen gegronde redenen ("geen termen") om aan het verzoek van Cohen tegemoet te komen. Het document dateert van 7 september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is tweeledig:

  1. Economisch: De genoemde "stagnatie in den aanvoer" is een direct gevolg van de oorlogssituatie en de beginnende schaarste aan grondstoffen (zoals wol).
  2. Sociaal-historisch: De naam "A. Cohen" duidt op een Joodse marktkoopman. Hoewel dit document in eerste instantie een reguliere bureaucratische afhandeling van marktregels lijkt, vond dit plaats in een periode waarin de bezetter begon met het stelselmatig beperken van de economische bewegingsvrijheid van Joodse burgers. In de loop van 1941 zouden Joodse kooplieden volledig van de Amsterdamse markten worden verbannen. Dit advies is een momentopname van de strikte handhaving van regels in een tijd waarin de omstandigheden voor Joodse ondernemers door externe factoren (oorlog en discriminatie) steeds moeilijker werden.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies met betrekking tot het standplaatsrecht van een marktkoopman genaamd A. Cohen (standplaats 207 DRC). Cohen heeft een verzoek ingediend, vermoedelijk om zijn standplaatsrechten te behouden ondanks een gebrekkige aanwezigheid.

De argumentatie van de ambtenaar is als volgt:
1. Feitelijk gebruik: In de voorafgaande 12 weken is Cohen slechts 7 keer aanwezig geweest, uitsluitend op zaterdagen.
2. Verweer van de koopman: Cohen voert aan dat hij niet kan komen door een gebrek aan voorraad ("stagnatie in den aanvoer van wollen garens").
3. Wederlegging: De ambtenaar stelt vast dat Cohen blijkbaar wél in staat was om op zaterdagen te komen, wat de bewering van totale stagnatie ondermijnt.
4. Vergelijking met branchegenoten: Andere handelaren in wollen garens bezoeken de markt nog wel geregeld, ondanks de algemene schaarste.

De conclusie van de ambtenaar is negatief: er zijn geen gegronde redenen ("geen termen") om aan het verzoek van Cohen tegemoet te komen.

Historische Context

Het document dateert van 7 september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is tweeledig:

  1. Economisch: De genoemde "stagnatie in den aanvoer" is een direct gevolg van de oorlogssituatie en de beginnende schaarste aan grondstoffen (zoals wol).
  2. Sociaal-historisch: De naam "A. Cohen" duidt op een Joodse marktkoopman. Hoewel dit document in eerste instantie een reguliere bureaucratische afhandeling van marktregels lijkt, vond dit plaats in een periode waarin de bezetter begon met het stelselmatig beperken van de economische bewegingsvrijheid van Joodse burgers. In de loop van 1941 zouden Joodse kooplieden volledig van de Amsterdamse markten worden verbannen. Dit advies is een momentopname van de strikte handhaving van regels in een tijd waarin de omstandigheden voor Joodse ondernemers door externe factoren (oorlog en discriminatie) steeds moeilijker werden.

Locaties

Amsterdam.