Ambtelijk advies / Interne correspondentie.
Origineel
Ambtelijk advies / Interne correspondentie. 6 september 1940. G.J. van Hoekhuizen (ambtenaar bij het Marktwezen). Den Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. [Linksboven]
Advies op No 20/7/40/1 M.W.
[Rechtsboven]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
[Hoofdtekst]
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van G. Caracciola, pl. 304 AL. diene het volgende:
De heer Caracciola is handelaar in haring en zuurwaren.
Uit den aard der zaak ondervindt hij thans moeilijkheden met den aanvoer.
Wiensengevolge heeft hij sinds 27 Juli '40 zijn vaste plaats niet meer bezet, noch en evenmin betaald.
Zoodat zij met ingang van 2 Sept. '40 is ingetrokken wegens wanbetaling (zie Bijl. 1160).
M.i. bestaat, gezien de leverantiemoeilijkheden, geen bezwaar de intrekking ongedaan te maken en hem alsnog voor een ontijdig tijdvak, b.v. drie maanden, vrijstelling van plaatsbezetting te verleenen, echter onder voorwaarde, dat het verschuldigde marktgeld wordt aangezuiverd en in de toekomst regelmatige betaling volgt.
[Onderaan rechts]
Amst. 6 Sept. '40
G.J. van Hoekhuizen [handtekening] Het document is een zakelijk advies van een medewerker van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen aan zijn superieur. De kern van de zaak is de intrekking van een marktvergunning van een koopman genaamd G. Caracciola, die een standplaats (nummer 304 op de Albert Cuypmarkt, aangeduid met "AL") had voor haring en zuurwaren.
De handelaar kon door de heersende omstandigheden zijn producten niet geleverd krijgen en stopte daarom zowel met het bemannen van zijn kraam als met het betalen van het marktgeld. De toon van de ambtenaar is opvallend begripvol. Hij erkent dat de oorzaak buiten de macht van de koopman ligt ("leverantiemoeilijkheden") en stelt voor om de harde sanctie (intrekking van de vergunning) terug te draaien. Er wordt een compromis voorgesteld: een tijdelijke ontheffing van de plicht om de standplaats te bezetten, mits de financiële achterstand wordt ingelopen. De datum van het document (september 1940) is cruciaal voor het begrip van de tekst. Nederland was op dat moment enkele maanden bezet door nazi-Duitsland. De oorlogsomstandigheden zorgden direct voor grote verstoringen in de handel. Vooral de visserij op de Noordzee was nagenoeg stilgevallen door het oorlogsgevaar en mijnen, wat de schaarste aan haring verklaart.
De "Dienst van het Marktwezen" was verantwoordelijk voor het beheer van de vele straatmarkten in Amsterdam. In deze vroege fase van de bezetting probeerde het gemeentelijk apparaat de normale gang van zaken nog zo goed mogelijk te handhaven, waarbij ambtenaren vaak probeerden lokale ondernemers te ontzien die door de nieuwe politieke en economische realiteit in de problemen kwamen. De naam Caracciola duidt op een familie van Italiaanse origine; Amsterdam kende in die tijd diverse Italiaanse families die generaties lang werkzaam waren in de specifieke handel in zuurwaren, vis of ijs.