Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 273
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag (carbonkopie) van een officiële brief.

18 september 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam). Aan: den Heer J. Caracciola, Utrechtschestraat 95 II, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Doorslag (carbonkopie) van een officiële brief. 18 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam). den Heer J. Caracciola, Utrechtschestraat 95 II, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven, rechtsboven:]
Zie M. de Raer.

[Handgeschreven, linksboven:]
Verzonden 18/9-140

[Getypt, rechtsboven:]
VP/HG.

den Heer J.Caracciola,
Utrechtschestraat 95 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 4.

25/180/2 M. 18 September 1940.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 29 Augustus jl. verleen
ik U hierbij gedurende ten hoogste drie maanden na dato dezes uit-
stel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Albert
Cuypstraat te bezetten, mits U zorgdraagt, dat het ook tijdens Uw
afwezigheid verschuldigde marktgeld wekelijks wordt betaald.

De Directeur, * Taal en spelling: De brief is opgesteld in het Nederlands met de toen gangbare spelling (bijv. "Utrechtschestraat", "Augustus", "na dato dezes").
* Inhoud: De heer Caracciola heeft op 29 augustus 1940 verzocht om tijdelijk niet op de markt te hoeven staan. De directeur willigt dit verzoek in voor een periode van maximaal drie maanden. De belangrijkste voorwaarde is dat het wekelijkse marktgeld (stageld) doorbetaald moet worden, ondanks de afwezigheid van de koopman.
* Administratieve context: Het document is een doorslag op dun vloeipapier, bedoeld voor het archief. De handgeschreven aantekening "Verzonden 18/9-140" bevestigt de datum van uitgifte. Het adres (Utrechtschestraat 95 II) en de aanduiding "Wijk 4" wijzen op een ambtelijke indeling van Amsterdam. Deze brief dateert van de vroege maanden van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Marktkooplieden hadden een 'bezettingsplicht' om de continuïteit en levendigheid van de markt te waarborgen. Het aanvragen van uitstel voor deze plicht was een standaard procedure bij ziekte, familieomstandigheden of andere dwingende redenen.

De naam "Caracciola" duidt mogelijk op een Italiaanse achtergrond. De handgeschreven notitie "Zie M. de Raer" suggereert een verwijzing naar een ander dossier of een betrokken ambtenaar. Hoewel de bezetting al gaande was, lijkt het dagelijks bestuur van de stad en het marktwezen op dit moment nog grotendeels volgens de vooroorlogse bureaucratische regels te verlopen.

Samenvatting

  • Taal en spelling: De brief is opgesteld in het Nederlands met de toen gangbare spelling (bijv. "Utrechtschestraat", "Augustus", "na dato dezes").
  • Inhoud: De heer Caracciola heeft op 29 augustus 1940 verzocht om tijdelijk niet op de markt te hoeven staan. De directeur willigt dit verzoek in voor een periode van maximaal drie maanden. De belangrijkste voorwaarde is dat het wekelijkse marktgeld (stageld) doorbetaald moet worden, ondanks de afwezigheid van de koopman.
  • Administratieve context: Het document is een doorslag op dun vloeipapier, bedoeld voor het archief. De handgeschreven aantekening "Verzonden 18/9-140" bevestigt de datum van uitgifte. Het adres (Utrechtschestraat 95 II) en de aanduiding "Wijk 4" wijzen op een ambtelijke indeling van Amsterdam.

Historische Context

Deze brief dateert van de vroege maanden van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Marktkooplieden hadden een 'bezettingsplicht' om de continuïteit en levendigheid van de markt te waarborgen. Het aanvragen van uitstel voor deze plicht was een standaard procedure bij ziekte, familieomstandigheden of andere dwingende redenen.

De naam "Caracciola" duidt mogelijk op een Italiaanse achtergrond. De handgeschreven notitie "Zie M. de Raer" suggereert een verwijzing naar een ander dossier of een betrokken ambtenaar. Hoewel de bezetting al gaande was, lijkt het dagelijks bestuur van de stad en het marktwezen op dit moment nog grotendeels volgens de vooroorlogse bureaucratische regels te verlopen.