Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 20 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). Den Heer A. Thal, Kromme Mijdrechtstraat 53 I, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven linksboven:] Verzonden 20/9
[Handgeschreven rechtsboven:] In de lias
vP/HG.
den Heer A. Thal,
Kromme Mijdrechtstraat 53 I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 22B.
25/181/2 M. 20 September 1940.
Naar aanleiding van Uw op 26 Augustus jl. tot den Chef-marktopzichter dienstdoende op de markt Albert Cuypstraat gerichten brief deel ik U mede, dat het daarin vervatte verzoek om U andermaal in het bezit te stellen van Uw voorkeurskaart voor de voornoemde markt, niet voor inwilliging in aanmerking kan komen.
De Directeur, Dit document is een zakelijke afwijzing van een verzoek om een marktvergunning of "voorkeurskaart". De heer A. Thal had op 26 augustus 1940 een brief gestuurd naar de chef-marktopzichter van de Albert Cuypmarkt met het verzoek om zijn kaart terug te krijgen.
De toon van de brief is strikt bureaucratisch en formeel. Opvallend is dat het woord "niet" in de getypte tekst is onderstreept, wat duidt op een definitieve en onverbiddelijke beslissing. De codes "vP/HG" verwijzen naar de opsteller en de typist van de brief. De handgeschreven opmerking "In de lias" is een archiefterm die aangeeft dat het document in de betreffende dossierbundel (lias) is opgeborgen. De datum van de brief, 20 september 1940, is historisch zeer relevant. Nederland bevond zich op dat moment in de vroege fase van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam, waar destijds veel Joodse handelaren werkten.
Hoewel de brief geen expliciete reden geeft voor de afwijzing, valt deze periode samen met de eerste stappen van de bezetter om Joodse burgers te isoleren en hun economische middelen te ontnemen. De ontvanger, A. Thal, woonde in de Kromme Mijdrechtstraat in de Rivierenbuurt, een wijk waar in 1940 zeer veel Joodse Amsterdammers woonden. In de herfst van 1940 werden de regels voor marktvergunningen aangescherpt als voorbode op de latere volledige uitsluiting van Joden van de openbare markten. Dit document kan daarom gezien worden als een klein maar veelzeggend radertje in de bureaucratische uitsluitingsmachine van die tijd. A. Thal