Ambtelijk advies / brief.
Origineel
Ambtelijk advies / brief. 16 september 1917. Onbekend (ondergetekende, vermoedelijk een opzichter of ambtenaar van het marktwezen). [Linksboven:]
Advies op No 25/W3/M.A.
[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
[Midden:]
In verband met bijgaand verzoek betreffende assistentie voor A. Spuijteman, pl. 117 A.C., diene het volgende.
Bedoeling van verzoeker is, dat in de toekomst zijn zoon H.L. Spuijteman, geb. 6 Dec ’90 hem gaat assisteren bij den verkoop van versche visch.
In hoeverre hier sprake is van assistentie zonder belangengemeenschap is niet na te gaan.
Eigenaardig doet het aan, dat de toekomstige assistent zijn vischwijk wil verlaten.
M.i. is echter hulp, gezien den leeftijd van den plaatshouder, die 67 jaar oud is, wel noodzakelijk, mitsdien ik adviseer, dat het verzoek wordt ingewilligd.
[Onderaan:]
Amsterdam, 16 Sept ’17
[Handtekening, mogelijk: J.C. Moeneker] * Kern van de zaak: Een oudere vishandelaar (67 jaar) vraagt toestemming aan het Amsterdamse Marktwezen om zijn 26-jarige zoon als assistent op zijn standplaats (nr. 117 A.C.) te laten werken.
* Beoordeling: De ambtenaar uit zijn lichte scepsis ("eigenaardig") over het feit dat de zoon zijn eigen viswijk opgeeft om bij zijn vader op de markt te gaan staan. Dit suggereert een mogelijke constructie om een standplaatsvergunning binnen de familie te behouden of te exploiteren (belangengemeenschap), wat destijds aan regels gebonden was.
* Doorslaggevende factor: De hoge leeftijd van de vader (voor die tijd was 67 jaar zeer oud voor fysiek zwaar marktwerk) maakt dat de ambtenaar toch een positief advies geeft.
* Schrift: Een verzorgd, zakelijk lopend handschrift (currens) uit het begin van de 20e eeuw. Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markten aan het begin van de 20e eeuw (tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarin Nederland neutraal was maar wel kampte met schaarste). Het Marktwezen hield toezicht op wie er op de markt mocht staan. Standplaatsen waren strikt persoonlijk; voor het aanstellen van een assistent (vaak een familielid) was expliciete toestemming nodig om illegale onderverhuur of 'handel in plaatsen' te voorkomen. De term "vischwijk" duidt op de ambulante handel (huis-aan-huis verkoop in een specifieke buurt), die losstond van de vaste standplaatsen op de markt.