Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 12 september 1940. M. Ketellapper, woonachtig aan de Lepelstraat 61, Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. Nº 25/188/ M. 1940 12/9
Amsterdam, 12 September 1940
Den Heer Directeur
van het
Marktwezen
Amsterdam.
in map [handgeschreven aantekening]
Mijnheer!
Ondergetekende, M. Ketellapper Lepelstraat 61
standplaats hebbende op de markt, Albert Cuypstraat,
heeft hiervoor de eer zich met een schrijven tot U te wenden.
Daar mijn compagnon, de heer L. Meijer, in het
Ned. Isr. Ziekenhuis is opgenomen zoo verzoek ik U
beleefd mij vergunning te willen verleenen, dat ik
alleen des Zaterdags gebruik van mijn standplaats
maak. Ik moet zelf bakken omdat ik een stal met
goed heb en kan zoodoende geen dag in de week
op de markt komen. Ik sluit U hierbij een bewijs
in zoodat U zich kunt overtuigen, dat mijn compag-
non in het Ziekenhuis ligt.
Hopende, dat U aan mijn verzoek zult willen
voldoen en Uw gunstig antwoord tegemoet ziende
Hoogachtend
M. Ketellapper * Inhoud: De heer M. Ketellapper, een marktkoopman op de Albert Cuypmarkt, verzoekt de directie van het Marktwezen om toestemming om tijdelijk alleen op zaterdagen zijn standplaats in te nemen. De reden hiervoor is dat zijn compagnon, L. Meijer, is opgenomen in het ziekenhuis. Omdat Ketellapper nu zelf de goederen (waarschijnlijk gebak/brood, gezien de term "bakken") moet bereiden, heeft hij doordeweeks geen tijd om op de markt te staan. Hij heeft een medisch bewijs bijgevoegd ter staving van zijn verzoek.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in een formele, beleefde stijl die typerend was voor officiële correspondentie in de eerste helft van de 20e eeuw (bijv. "heeft de eer zich te wenden", "zoo verzoek ik U beleefd").
* Conditie van het document: Het document is een handgeschreven brief op gelinieerd papier. Het handschrift is een vlot, hellend cursiefschrift (een zogeheten 'lopende hand') dat goed leesbaar is. * Historische context: De brief dateert van september 1940, slechts enkele maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting.
* Sociaal-economische context: Het document geeft inzicht in het dagelijks leven en de kleine middenstand in Amsterdam aan het begin van de oorlog. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. De vermelding van het "Ned. Isr. Ziekenhuis" (Nederlandsch-Israëlietisch Ziekenhuis aan de Nieuwe Keizersgracht) en de achternaam Ketellapper duiden erop dat de betrokkenen deel uitmaakten van de omvangrijke Joodse gemeenschap in Amsterdam-Centrum/Zuid.
* Betekenis: Dergelijke brieven zijn voor historici van belang omdat ze de menselijke kant tonen van ondernemerschap onder druk. In dit vroege stadium van de bezetting verliep de correspondentie met officiële instanties zoals het Marktwezen nog via de normale kanalen, kort voordat de anti-Joodse maatregelen de bewegingsvrijheid en het levensonderhoud van de Joodse bevolking systematisch zouden gaan vernietigen.