Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 297
Jaar 1940
Stadsarchief

Administratieve notitie/intern memo van de gemeente Amsterdam.

18 september 1940 t/m 30 september 1940. Dossier: 14, 25/188/1

Origineel

Administratieve notitie/intern memo van de gemeente Amsterdam. 18 september 1940 t/m 30 september 1940. [Gedrukt kader linksboven:]
BIJBLAD V/AN:
M. No. 25/188/1 1940
DOORGEZONDEN: b/g

[Gestempeld:]
Spoed

[Hoofdtekst handgeschreven:]
N. Ketellapper pl 116 Alb. Cuypstr.
Heeft geen assistentie vergunning.

Hr. v. Maerkerke
Het verzoek van N. Ketellapper advies,
moet m.i. worden afgewezen. 18-9-40
Aan Ketellapper moet m.i. worden deHaer [handtekening]
bericht, dat hij van heden af zijn plaats op
de markt Alb. Cuypstraat minstens twee
maal per week moet innemen, daar anders
deze plaats wordt ingetrokken.
(Zie rapport Chef Marktopz)

[Rechtsonder:]
26-9-40
deHaer [handtekening]

[In rood onderaan:]
25/188/2

[In potlood onderaan:]
30/9/40 [paraaf] 4

[Linksonder gedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een ambtelijk advies met betrekking tot de marktvergunning van N. Ketellapper, die standplaats 116 bezat op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam.

De kernpunten van de analyse zijn:
* Afwijzing verzoek: Een niet nader gespecificeerd verzoek van Ketellapper wordt afgewezen ("moet m.i. worden afgewezen"). De reden die bovenaan wordt genoteerd is dat hij geen "assistentie vergunning" heeft, wat betekent dat hij geen hulp in de kraam mocht hebben.
* Dwingende voorwaarde: Er wordt een scherp ultimatum gesteld. Hij moet zijn plaats minimaal twee keer per week daadwerkelijk innemen, op straffe van intrekking van zijn standplaatsvergunning.
* Referentie: Er wordt verwezen naar een rapport van de "Chef Marktopzicht", wat aangeeft dat er controle heeft plaatsgevonden op zijn aanwezigheid.
* Bureaucratie: De verschillende data (18, 26 en 30 september) en de diverse parafen tonen de ambtelijke weg die het document heeft afgelegd kort na de start van de Duitse bezetting. Dit document stamt uit september 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. De naam Ketellapper is een bekende Joodse naam in de Amsterdamse marktwereld.

In deze periode begonnen de bezetter en het meewerkende Amsterdamse stadsbestuur de regels voor Joodse markthandelaren steeds strenger te handhaven of aan te passen. Het eisen dat een marktkoopman fysiek aanwezig moet zijn op straffe van verlies van de vergunning, was een methode om handelaren die (bijvoorbeeld uit angst of wegens andere beperkingen) niet verschenen, hun broodwinning te ontnemen. Dit document is een voorbeeld van de "bureaucratische uitsluiting" die voorafging aan de latere deportaties; door strikte handhaving van regels over assistentie en aanwezigheid werden Joodse ondernemers in het nauw gedreven. M. No N. Ketellapper Gemeente Amsterdam

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies met betrekking tot de marktvergunning van N. Ketellapper, die standplaats 116 bezat op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam.

De kernpunten van de analyse zijn:
* Afwijzing verzoek: Een niet nader gespecificeerd verzoek van Ketellapper wordt afgewezen ("moet m.i. worden afgewezen"). De reden die bovenaan wordt genoteerd is dat hij geen "assistentie vergunning" heeft, wat betekent dat hij geen hulp in de kraam mocht hebben.
* Dwingende voorwaarde: Er wordt een scherp ultimatum gesteld. Hij moet zijn plaats minimaal twee keer per week daadwerkelijk innemen, op straffe van intrekking van zijn standplaatsvergunning.
* Referentie: Er wordt verwezen naar een rapport van de "Chef Marktopzicht", wat aangeeft dat er controle heeft plaatsgevonden op zijn aanwezigheid.
* Bureaucratie: De verschillende data (18, 26 en 30 september) en de diverse parafen tonen de ambtelijke weg die het document heeft afgelegd kort na de start van de Duitse bezetting.

Historische Context

Dit document stamt uit september 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. De naam Ketellapper is een bekende Joodse naam in de Amsterdamse marktwereld.

In deze periode begonnen de bezetter en het meewerkende Amsterdamse stadsbestuur de regels voor Joodse markthandelaren steeds strenger te handhaven of aan te passen. Het eisen dat een marktkoopman fysiek aanwezig moet zijn op straffe van verlies van de vergunning, was een methode om handelaren die (bijvoorbeeld uit angst of wegens andere beperkingen) niet verschenen, hun broodwinning te ontnemen. Dit document is een voorbeeld van de "bureaucratische uitsluiting" die voorafging aan de latere deportaties; door strikte handhaving van regels over assistentie en aanwezigheid werden Joodse ondernemers in het nauw gedreven.

Genoemde Personen 2

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam