Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 298
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk advies / Dienstbrief.

20 september 1940. Van: Een functionaris van het Marktwezen (waarschijnlijk een inspecteur of marktmeester).

Origineel

Ambtelijk advies / Dienstbrief. 20 september 1940. Een functionaris van het Marktwezen (waarschijnlijk een inspecteur of marktmeester). Advies op No 25/100/M.h. [?]

Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier

In verband met bijgaand schrijven van M. Ketellapper,
pl. no. AC. diene het volgende:
De heer Ketellapper is koekfabrikant en bezet met
zijn eigengefabriceerde producten hoofdzakelijk des
Maandags zijn vaste plaats op de Albertmarkt (zie bijlage
117457 AC 12/10 - 14/11 - '40).
Deze plaats is gelegen op één der meest gewilde punten
dezer markt!
Uit een oogpunt van marktorde is het mij
noodzakelijk, dat het verzoek wordt afgewezen.

Amsterdam, 20 Sept '40.
[Handtekening, mogelijk J. v. Maanen] Dit document is een intern ambtelijk advies over een verzoek ingediend door M. Ketellapper. Ketellapper wordt beschreven als een koekfabrikant die op maandagen een "vaste plaats" bezet op de Albertmarkt (de huidige Albert Cuypmarkt in Amsterdam) met producten van eigen makelij.

De kern van het advies is negatief: de ambtenaar adviseert het verzoek van Ketellapper af te wijzen. De opgegeven reden is "marktorde". De ambtenaar benadrukt dat de specifieke plek op de markt een van de "meest gewilde punten" is, wat suggereert dat er veel concurrentie is voor deze locatie of dat een wijziging in de status van de plek (wat het verzoek waarschijnlijk inhield) de bestaande indeling zou verstoren.

De toon is formeel en kordaat, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd. Het document dateert van 20 september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In de geschiedenis van Amsterdam is de naam Ketellapper onlosmakelijk verbonden met de Joodse gemeenschap en de handel in zoetwaren op de markt. Mozes Ketellapper was een bekende figuur op de Albert Cuypmarkt.

Hoewel het advies in dit document gebaseerd lijkt op logistieke gronden ("marktorde"), is het van belang te weten dat vanaf de herfst van 1940 de bewegingsvrijheid voor Joodse ondernemers en marktkooplieden stapsgewijs werd ingeperkt door de bezetter. In de loop van 1941 zouden Joodse kooplieden volledig van de algemene markten worden verbannen en naar specifieke "Joodse markten" worden gedrongen. Dit document vangt het moment vlak voordat deze grootschalige uitsluiting administratief werd geformaliseerd, waarbij individuele verzoeken van Joodse burgers steeds vaker op formele of bureaucratische gronden werden afgewezen.

Samenvatting

Dit document is een intern ambtelijk advies over een verzoek ingediend door M. Ketellapper. Ketellapper wordt beschreven als een koekfabrikant die op maandagen een "vaste plaats" bezet op de Albertmarkt (de huidige Albert Cuypmarkt in Amsterdam) met producten van eigen makelij.

De kern van het advies is negatief: de ambtenaar adviseert het verzoek van Ketellapper af te wijzen. De opgegeven reden is "marktorde". De ambtenaar benadrukt dat de specifieke plek op de markt een van de "meest gewilde punten" is, wat suggereert dat er veel concurrentie is voor deze locatie of dat een wijziging in de status van de plek (wat het verzoek waarschijnlijk inhield) de bestaande indeling zou verstoren.

De toon is formeel en kordaat, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd.

Historische Context

Het document dateert van 20 september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In de geschiedenis van Amsterdam is de naam Ketellapper onlosmakelijk verbonden met de Joodse gemeenschap en de handel in zoetwaren op de markt. Mozes Ketellapper was een bekende figuur op de Albert Cuypmarkt.

Hoewel het advies in dit document gebaseerd lijkt op logistieke gronden ("marktorde"), is het van belang te weten dat vanaf de herfst van 1940 de bewegingsvrijheid voor Joodse ondernemers en marktkooplieden stapsgewijs werd ingeperkt door de bezetter. In de loop van 1941 zouden Joodse kooplieden volledig van de algemene markten worden verbannen en naar specifieke "Joodse markten" worden gedrongen. Dit document vangt het moment vlak voordat deze grootschalige uitsluiting administratief werd geformaliseerd, waarbij individuele verzoeken van Joodse burgers steeds vaker op formele of bureaucratische gronden werden afgewezen.

Locaties

Amsterdam.