Doorslag van een officiële brief (besluit tot sanctie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (besluit tot sanctie). 20 september 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Markten Amsterdam). De heer B. van Beem, Waterlooplein 14 boven, Amsterdam-Centrum. Handgeschreven in cursief:
extra
HG.
den Heer B.van Beem,
Waterlooplein 14 bov.
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
25/193/2 M. 20 September 1940.
In verband met het feit, dat op Zaterdag 14 September
jl. de door U bezette marktplaats op de markt aan de Albert Cuyp-
straat in verontreinigden toestand werd aangetroffen, heb ik U,
overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement
op de Markten, gestraft met ontneming van het recht om op de
markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tijd
van één dag, namelijk op Dinsdag 24 September a.s.
De Directeur, Dit document is een officiële kennisgeving van een disciplinaire maatregel tegen een marktkoopman. De reden voor de sanctie is een hygiëne-overtreding: de standplaats van de heer Van Beem op de Albert Cuypmarkt werd op zaterdag 14 september 1940 "in verontreinigden toestand" (vies) aangetroffen.
De straf is gebaseerd op artikel 39, lid 1 van het toenmalige Reglement op de Markten. De sanctie houdt in dat de koopman voor de duur van één dag — dinsdag 24 september 1940 — zijn recht verliest om een plek in te nemen op de Amsterdamse markten. Het betreft hier een lichte, maar formele administratieve straf die direct door de directeur van de marktdienst werd opgelegd. Het document dateert van september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een reguliere administratieve handeling lijkt betreffende markttoezicht, krijgt de context extra gewicht door de locatie van de ontvanger: het Waterlooplein. Dit was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. Veel marktkooplieden op zowel de Albert Cuypmarkt als het Waterlooplein waren van Joodse afkomst.
In deze vroege fase van de bezetting functioneerden de Nederlandse gemeentelijke apparaten nog grotendeels volgens de bestaande reglementen, maar de druk op Joodse ondernemers nam gestaag toe. Documenten zoals deze zijn waardevol voor sociaal-economisch onderzoek naar het dagelijks leven en de handhaving op de Amsterdamse markten tijdens de oorlogsjaren. De handgeschreven notitie "extra" zou kunnen duiden op een afwijkende verzendwijze of een extra kopie voor een specifiek dossier. B. van Beem