Archiefdocument
Origineel
[Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M.- No. 25/196/1 1940
DOORGEZONDEN: 20/9
[Onder kader, onderstreept]
Spoed
[Rechtsboven]
767
[Rechtsboven, handgeschreven adresgegevens]
M. v.d. Horst
(pl. 187 Dapperstraat)
(K.K. 312 Uilenburg)
V.K.K. 654 Alb. Cuypstraat
[Hoofdtekst]
Het verzoek van M. v.d. Horst
dient m.i. te worden afgewezen.
Aan v.d. Horst moet worden bericht
dat hij als houder van een voorkeurs-
kaart voor de markt Alb. Cuypstraat
op deze markt minstens twee maal
per week een plaats moet innemen, daar
anders de voorkeurskaart wordt inge-
trokken.
(Zie rapport Chef marktafd.)
[Marginalia en aantekeningen over de tekst heen]
- [Groot diagonaal] advies
- [Rechtsboven tekst] v Moerkerken
- [Rechts van tekst] 25-9-’40 de Boer
- [Onder tekst] 1-10-40 de Boer
- [Onderaan midden] 25/196/2 8. 5/10-’40 [gevolgd door paraaf/teken]
[Linksonder, gedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016
--- * Administratieve context: Dit document is een intern advies of besluit binnen de gemeentelijke administratie van Amsterdam, specifiek gericht op de marktregulering. Het formulier "Model No. 14" werd gebruikt voor algemene zaken.
* De kern van de zaak: Een zekere M. v.d. Horst heeft een verzoek ingediend (de aard van het verzoek wordt niet expliciet genoemd, maar de reactie is duidelijk). De ambtenaar adviseert het verzoek af te wijzen.
* Regelgeving: De houder van een 'voorkeurskaart' (een voorrangsbewijs voor een staanplaats op een markt) voor de Albert Cuypmarkt wordt herinnerd aan de plicht om minimaal tweemaal per week daadwerkelijk een plaats in te nemen. Het niet nakomen van deze aanwezigheidsplicht leidt tot intrekking van de kaart.
* Locaties: Er worden drie bekende Amsterdamse markten/locaties genoemd: de Dapperstraat, Uilenburg en de Albert Cuypstraat.
* Terminologie: "K.K." en "V.K.K." verwijzen vermoedelijk naar specifieke registratienummers voor marktkaarten (bijv. Vaste Koopman Kaart). "m.i." staat voor 'mijns inziens'.
--- Dit document dateert van kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (september/oktober 1940). Hoewel het document op het eerste gezicht een routineuze administratieve kwestie lijkt over marktaanwezigheid, is de timing historisch relevant. In deze periode begon de bezetter met het invoeren van beperkende maatregelen voor Joodse burgers, en de genoemde locaties (met name Uilenburg) waren centraal gelegen in de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Strengere handhaving van aanwezigheidsplichten op markten kon in die tijd een middel zijn om kooplieden die niet meer in staat waren hun beroep uit te oefenen (door vervolging of onderduik) hun vergunning te ontnemen. Er is echter in dit specifieke document geen expliciete verwijzing naar anti-Joodse maatregelen; het leest als een strikte toepassing van de marktverordening. De ondertekenaar "v Moerkerken" en de verwerkende ambtenaar "de Boer" lijken sleutelfiguren in dit administratieve proces. Kaart (Koopman) M. v.d. Horst