Getypte officiële brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte officiële brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 28 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Handgeschreven, boven:] Verzonden 28/9 [en rechts daarvan:] zo en nu weer [onduidelijk]
den Heer I. Ensel,
1e Van der Helststraat 13 I,
Amsterdam-Zuid.
Wyk 14.
25/198/3 M 28 September 1940.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 21 September jl. op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat heeft laten assisteeren, zonder dat U daartoe dezerzijds toestemming was verleend. U heeft daarmede de voorwaarde overtreden, die was verbonden aan de U voorwaardelijk opgelegde straf, waarvan U met mijn brief d.d. 16 Juli jl. (No. 25/133/3 M) mededeeling is gedaan. De bedoelde straf, zijnde ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen voor den tijd van één dag, wordt thans ten uit-voer gelegd. Bovendien straf ik U, op grond van de overtreding van 21 September jl. met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen, eveneens voor den tijd van één dag; beide straffen worden ten uitvoer gelegd op Woensdag 2 October en Donderdag 3 October a.s.
De Directeur, De brief is een officiële aanzegging van een strafmaatregel tegen een marktkopman, de heer I. Ensel. De kern van het vergrijp is dat de heer Ensel zich op de Albert Cuypmarkt heeft laten "assisteren" zonder de vereiste officiële toestemming.
Dit document onthult een strikt handhavingsbeleid:
1. Recidive: De heer Ensel had reeds een voorwaardelijke straf uitstaan van 16 juli 1940.
2. Cumulatie van straffen: Omdat hij de voorwaarde schond, wordt de oude straf (1 dag ontzegging) geactiveerd én wordt er een nieuwe straf (1 dag ontzegging) opgelegd voor de nieuwe overtreding.
3. Sanctie: Een totaalverbod om op de Amsterdamse markten te staan voor de duur van twee opeenvolgende dagen (2 en 3 oktober 1940). Dit betekende direct inkomstenverlies voor de betrokkene. Dit document dateert van september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een louter administratieve/disciplinaire toon heeft vanuit de gemeentelijke marktpolitie/marktwezen, is de historische context van groot belang.
De naam "Ensel" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam, en de Albert Cuypmarkt was een plek waar veel Joodse handelaren werkzaam waren. In deze periode van de bezetting begonnen de nazi's en de collaborerende overheid de mazen rond de Joodse bevolking te sluiten door middel van strikte naleving van regeltjes en administratieve pesterijen. Hoewel de volledige verwijdering van Joden van de markten pas later (1941) officieel werd doorgevoerd, toont dit document de rigide controle waaraan marktkooplieden in die overgangstijd onderworpen waren. Elke kleine overtreding van de marktverordening kon leiden tot onmiddellijke schorsing. Ensel had (De heer) I. Ensel Marktwezen