Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 309
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk advies/memorandum

10 januari 1941

Origineel

Ambtelijk advies/memorandum 10 januari 1941 No 25/262/1 M 1940 Weled. Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier.

Wat het verzoek van pl.h. No 260 Th Arons
betreft, diene het volgende.
De laatste weken maakte genoemde
Arons [doorgehaald: heeft] geen gebruik van zijn markt-
plaats. Daar Arons een zelfstandig
koopman is, lijkt mij zijn verzoek om
uitstel wegens ziekte zijner moeder onge-
grond. Ik adviseer u dan ook hem
zijn verzoek niet toe te staan.

10 Januari 1941 [Handtekening] De tekst is een kort, formeel advies van een ambtenaar (waarschijnlijk een marktmeester of controleur) aan zijn superieur, de Inspecteur van het Marktwezen. De kern van het document is de afwijzing van een verzoek van marktkoopman Th. Arons (plaatshebber nummer 260). Arons had om uitstel gevraagd — vermoedelijk van zijn aanwezigheidsplicht op de markt of de betaling van standgeld — vanwege de ziekte van zijn moeder.

De ambtenaar oordeelt dat dit verzoek "ongegrond" is, met als argument dat Arons een "zelfstandig koopman" is. De toon is strikt en bureaucratisch, wat extra wordt benadrukt door het feit dat het woord "niet" onderstreept is. De ambtenaar merkt tevens op dat Arons de afgelopen weken al niet aanwezig was op zijn standplaats. De datum van het document, 10 januari 1941, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De achternaam 'Arons' wijst er zeer waarschijnlijk op dat de betreffende koopman van Joodse afkomst was.

In de winter van 1940-1941 werden de maatregelen tegen Joodse burgers in Nederland steeds strenger. Joodse ondernemers werden stelselmatig uit het economische leven geweerd. De harde afwijzing van een op het oog menselijk verzoek (zorg voor een zieke moeder) past in het patroon van die tijd, waarbij ambtenaren vaak meewerkten aan het bemoeilijken van de positie van Joodse marktkooplieden. Het niet gebruiken van een standplaats kon een reden zijn om de vergunning definitief in te trekken, waarna de plek vrijkwam voor een "Arische" ondernemer.

Samenvatting

De tekst is een kort, formeel advies van een ambtenaar (waarschijnlijk een marktmeester of controleur) aan zijn superieur, de Inspecteur van het Marktwezen. De kern van het document is de afwijzing van een verzoek van marktkoopman Th. Arons (plaatshebber nummer 260). Arons had om uitstel gevraagd — vermoedelijk van zijn aanwezigheidsplicht op de markt of de betaling van standgeld — vanwege de ziekte van zijn moeder.

De ambtenaar oordeelt dat dit verzoek "ongegrond" is, met als argument dat Arons een "zelfstandig koopman" is. De toon is strikt en bureaucratisch, wat extra wordt benadrukt door het feit dat het woord "niet" onderstreept is. De ambtenaar merkt tevens op dat Arons de afgelopen weken al niet aanwezig was op zijn standplaats.

Historische Context

De datum van het document, 10 januari 1941, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De achternaam 'Arons' wijst er zeer waarschijnlijk op dat de betreffende koopman van Joodse afkomst was.

In de winter van 1940-1941 werden de maatregelen tegen Joodse burgers in Nederland steeds strenger. Joodse ondernemers werden stelselmatig uit het economische leven geweerd. De harde afwijzing van een op het oog menselijk verzoek (zorg voor een zieke moeder) past in het patroon van die tijd, waarbij ambtenaren vaak meewerkten aan het bemoeilijken van de positie van Joodse marktkooplieden. Het niet gebruiken van een standplaats kon een reden zijn om de vergunning definitief in te trekken, waarna de plek vrijkwam voor een "Arische" ondernemer.

Gerelateerde Documenten 3