Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 315
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsbericht / Advies

6 januari 1941 Van: Onbekende ambtenaar (ondertekend met een paraaf/handtekening, mogelijk een marktmeester of sectiehoofd)

Origineel

Ambtsbericht / Advies 6 januari 1941 Onbekende ambtenaar (ondertekend met een paraaf/handtekening, mogelijk een marktmeester of sectiehoofd) Advies op No 25/263/M.W.

Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

Naar aanleiding van bijgaand verzoek van S. Brilleman,
Marktpl. 147 A.C., diene het volgende:
De plaats van verzoeker is ingaande 23 Dec. ’40 inge-
trokken wegens wanbetaling (zie Brief. 4/60).
Na 27 Nov. ’40 is bovendien geen gebruik meer gemaakt
van de plaats.
Thans verzoekt betr. zijn oorspronkelijke plaats te mogen
behouden en tevens zal hij zorgen, dat het marktgeld
voldaan wordt.
Gezien de moeilijke omstandigheden waarin Brille-
man verkeert (rand van faillissement), komt het mij
alleszins billijk voor, dat de intrekking der plaats wordt
geannuleerd en hem eenige maanden uitstel
van plaatsbezetten wordt verleend, echter onder voor-
waarde, dat het verschuldigde marktgeld alsnog wordt voldaan.

Amst. 6 Jan. 41
[Handtekening/Paraaf] Dit document is een intern ambtelijk advies gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de zaak is als volgt:

  1. Aanleiding: Een marktkoopman genaamd S. Brilleman (plaatsnummer 147 op de Albert Cuypmarkt, afkorting "A.C.") was zijn vaste standplaats kwijtgeraakt per 23 december 1940. De reden hiervoor was "wanbetaling" van het verschuldigde marktgeld. Bovendien had hij zijn plek al sinds eind november niet meer bezet.
  2. Het Verzoek: Brilleman verzoekt om teruggave van zijn oorspronkelijke plek en belooft de achterstallige betalingen te voldoen.
  3. Het Advies: De opsteller van het stuk adviseert positief op dit verzoek. De motivatie hiervoor is van sociale aard: Brilleman verkeert in grote financiële nood ("rand van faillissement"). De ambtenaar stelt voor om de intrekking ongedaan te maken ("geannuleerd") en hem zelfs uitstel te geven voor het daadwerkelijk weer innemen van de plek, mits hij zijn schulden betaalt. Het document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De economische omstandigheden waren in deze periode voor veel kleine zelfstandigen en marktkooplieden precair door schaarste, distributiemaatregelen en afnemende koopkracht.

In Amsterdam was het Marktwezen een strak gereguleerde gemeentelijke instantie. Het verliezen van een standplaats op een populaire markt zoals de Albert Cuyp betekende vaak het einde van iemands broodwinning. De menselijke maat die de ambtenaar hier hanteert door de "moeilijke omstandigheden" zwaarder te laten wegen dan de strikte regels rondom wanbetaling, is kenmerkend voor de wijze waarop lokale overheden soms probeerden de sociale rust te bewaren in een destabiliserende tijd.

De naam Brilleman is bovendien een bekende naam in de Amsterdamse Joodse gemeenschap. Gegeven de datum (vlak voor de grootschalige anti-Joodse maatregelen en de Februaristaking van 1941) zou dit verzoek ook gezien kunnen worden in het licht van de toenemende uitsluiting en verarming van Joodse marktkooplieden, hoewel het document hier niet expliciet aan refereert.

Samenvatting

Dit document is een intern ambtelijk advies gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de zaak is als volgt:

  1. Aanleiding: Een marktkoopman genaamd S. Brilleman (plaatsnummer 147 op de Albert Cuypmarkt, afkorting "A.C.") was zijn vaste standplaats kwijtgeraakt per 23 december 1940. De reden hiervoor was "wanbetaling" van het verschuldigde marktgeld. Bovendien had hij zijn plek al sinds eind november niet meer bezet.
  2. Het Verzoek: Brilleman verzoekt om teruggave van zijn oorspronkelijke plek en belooft de achterstallige betalingen te voldoen.
  3. Het Advies: De opsteller van het stuk adviseert positief op dit verzoek. De motivatie hiervoor is van sociale aard: Brilleman verkeert in grote financiële nood ("rand van faillissement"). De ambtenaar stelt voor om de intrekking ongedaan te maken ("geannuleerd") en hem zelfs uitstel te geven voor het daadwerkelijk weer innemen van de plek, mits hij zijn schulden betaalt.

Historische Context

Het document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De economische omstandigheden waren in deze periode voor veel kleine zelfstandigen en marktkooplieden precair door schaarste, distributiemaatregelen en afnemende koopkracht.

In Amsterdam was het Marktwezen een strak gereguleerde gemeentelijke instantie. Het verliezen van een standplaats op een populaire markt zoals de Albert Cuyp betekende vaak het einde van iemands broodwinning. De menselijke maat die de ambtenaar hier hanteert door de "moeilijke omstandigheden" zwaarder te laten wegen dan de strikte regels rondom wanbetaling, is kenmerkend voor de wijze waarop lokale overheden soms probeerden de sociale rust te bewaren in een destabiliserende tijd.

De naam Brilleman is bovendien een bekende naam in de Amsterdamse Joodse gemeenschap. Gegeven de datum (vlak voor de grootschalige anti-Joodse maatregelen en de Februaristaking van 1941) zou dit verzoek ook gezien kunnen worden in het licht van de toenemende uitsluiting en verarming van Joodse marktkooplieden, hoewel het document hier niet expliciet aan refereert.

Locaties

Amsterdam ("Amst.")

Gerelateerde Documenten 3