Archief 745
Inventaris 745-321
Pagina 5
Dossier 27
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief op officieel briefpapier van de Marktkoopliedenvereeniging "Vooruitgang zij ons doel".

7 Februari 1940. Van: A. N. Prins, Secretaris/Bemiddelaar namens de Marktkoopliedenvereeniging. Aan: WelEdel Heer Directeur Dienst Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Getypte brief op officieel briefpapier van de Marktkoopliedenvereeniging "Vooruitgang zij ons doel". 7 Februari 1940. A. N. Prins, Secretaris/Bemiddelaar namens de Marktkoopliedenvereeniging. WelEdel Heer Directeur Dienst Marktwezen, Amsterdam. [Briefhoofd]
MARKTKOOPLIEDENVEREENIGING
GEM. GIRO M. 3 8 5 0
"VOORUITGANG ZIJ ONS DOEL"

OPGERICHT 2 JUNI 1934
KON. GOEDGEK. 1 MEI 1936
SECR. A. N. PRINS
WIJTTENBACHSTRAAT 61 OOST
TELEFOON 5-3-8-2-7
No.
ONDERWERP: Verz. intrek. standpl.

AMSTERDAM, 7 Februari 1940

Den WelEdel Heer Directeur
Dienst Marktwezen
Alhier.

[Stempel in paars/blauw:] Nº 20/14/1 M.1940 2/2
[Handgeschreven notitie in de kantlijn:] ni insp.

WelEdel Heer

Met meesten beleefdheid breng ik onder Uw geeërde aandacht, dat ons lid L.G. Bijster, Haarl. Houttuinen 77, dato 17 Jan. j.l. Uwerzijds een schrijven ontving, dat door het feit zijner marktgeldschuld, groot F.4.20, dit over het tijdvak 10/12/'39 tot 6/1/'40, markt Lindengr. zijn vaste plaats per 8/1/'40 werd ingetrokken.
Het is U bekend, dat het niet bezetten dezer plaats geschiedde in een tijdperk, waarin het uitoefenen van het marktbedrijf voor velen moeilijk was.
Ook voor genoemd lid, waarvan het mij als bemiddelaar der Dienst M. Steun bekend is, dat hij zoo nu en dan den hulp van dezen Dienst zeer noodig heeft en verkrijgt.
Gaarne zou ik U er op willen wijzen, dat deze persoon het handel drijven boven stelt dan het steuntrekken, doch dan ook daarvoor gelegenheid moet hebben dit op den markt Lindengracht te doen, daar zijn handel niet geschikt is voor andere markten, n.m. oud-roest en gedragen of gebruikte artikelen.
Om dien reden verzoek ik U beleefd, om art. 11 der Marktbepalingen onder d nader omschreven, in dit geval te willen toepassen.
Overtuigt zijnde, dat U dit verzoek zult billijken en Uw accoordbevinding daaraan wilt geven, zeg ik, mede namens voornoemd lid, U bijvoorbaat een welgemeenden dank.

Met meesten hoogachting
[Handtekening: A.N. Prins]
Bem. M.St.

[Rechtsonder handgeschreven getal:] 28 In deze brief pleit de secretaris van de Marktkoopliedenvereniging, A.N. Prins, voor clementie voor een van hun leden, de heer L.G. Bijster. De vaste marktplaats van Bijster op de Lindengracht in Amsterdam is ingetrokken omdat hij een schuld van 4,20 gulden aan marktgeld had openstaan.

Prins voert aan dat het voor marktkooplieden in die periode erg zwaar was om het hoofd boven water te houden. Hij benadrukt dat Bijster liever werkt voor zijn geld dan dat hij afhankelijk is van de "Dienst Maatschappelijke Steun" (sociale dienst), hoewel hij daar soms wel gebruik van moet maken. Verder wordt beargumenteerd dat de specifieke handel van Bijster (oud-roest en tweedehands kleding) enkel geschikt is voor de markt op de Lindengracht en niet voor andere locaties. Er wordt een beroep gedaan op een specifiek artikel in de marktbepalingen om de intrekking ongedaan te maken. Het document dateert van februari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De economische situatie was voor velen precair, wat ook blijkt uit de verwijzing naar de moeilijkheid van het uitoefenen van het marktbedrijf. De "Dienst Maatschappelijke Steun" was de voorloper van de sociale dienst en de brief illustreert de sociale zekerheidsproblematiek van die tijd voor kleine zelfstandigen. De markt op de Lindengracht in de Jordaan was (en is) een bekende Amsterdamse markt waar traditioneel veel handel in 'lompen en metalen' plaatsvond, wat de opmerking over de geschiktheid van de handel verklaart. De Marktkoopliedenvereniging trad hier op als belangenbehartiger voor haar leden tegenover het gemeentebestuur.

Samenvatting

In deze brief pleit de secretaris van de Marktkoopliedenvereniging, A.N. Prins, voor clementie voor een van hun leden, de heer L.G. Bijster. De vaste marktplaats van Bijster op de Lindengracht in Amsterdam is ingetrokken omdat hij een schuld van 4,20 gulden aan marktgeld had openstaan.

Prins voert aan dat het voor marktkooplieden in die periode erg zwaar was om het hoofd boven water te houden. Hij benadrukt dat Bijster liever werkt voor zijn geld dan dat hij afhankelijk is van de "Dienst Maatschappelijke Steun" (sociale dienst), hoewel hij daar soms wel gebruik van moet maken. Verder wordt beargumenteerd dat de specifieke handel van Bijster (oud-roest en tweedehands kleding) enkel geschikt is voor de markt op de Lindengracht en niet voor andere locaties. Er wordt een beroep gedaan op een specifiek artikel in de marktbepalingen om de intrekking ongedaan te maken.

Historische Context

Het document dateert van februari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De economische situatie was voor velen precair, wat ook blijkt uit de verwijzing naar de moeilijkheid van het uitoefenen van het marktbedrijf. De "Dienst Maatschappelijke Steun" was de voorloper van de sociale dienst en de brief illustreert de sociale zekerheidsproblematiek van die tijd voor kleine zelfstandigen. De markt op de Lindengracht in de Jordaan was (en is) een bekende Amsterdamse markt waar traditioneel veel handel in 'lompen en metalen' plaatsvond, wat de opmerking over de geschiktheid van de handel verklaart. De Marktkoopliedenvereniging trad hier op als belangenbehartiger voor haar leden tegenover het gemeentebestuur.