Handgeschreven brief op briefpapier.
Origineel
Handgeschreven brief op briefpapier. 9 februari 1940. J. de Leeuw, Expeditie - Kruierij en Besteldienst. De Weled. Heer Direkteur van het Marktwezen te Amsterdam. EXPEDITIE - KRUIERIJ
EN BESTELDIENST
J. DE LEEUW
ZANDDWARSSTRAAT 26
TEL. 49270
AMSTERDAM-C.
AMSTERDAM, 9 Februari 1940
Nº 20/17/1 M. 1940 14/2
Den Weled. Heer
Direkteur v/h. Marktwezen te Amsterdam.
Mijnheer,
In antwoord op uw brief van heden, wenscht ondergeteekende, het volgend onder Ued aandacht te brengen. Tevens verzoekt hij met de Westerstr. ook de Lindengracht in behandeling te willen nemen. Ik geniet geen steun, aangezien mijn inkomsten zoo zijn, dat ik meen daar niet voor in aanmerking te komen. Toch is mijn inkomsten lager dan van een steuntrekkende, namelijk f 15 min f 3 bedrijfsonkosten is f 12. De wereld is echter zoo: wanneer men zijn best doet, met hardt werken uit handen van het (noodlot of steun) te blijven! men helemaal geen anderen steun meer noodig heeft. Het zou mij dan ook zeer teleur stellen wanneer ued zich genoodzaakt ziet mijn plaatsen in te trekken. Reden waarom ik u dan ook beleefd verzoek, mij Woensdag 14 Feb E.k. een onderhoud te willen toestaan, om een regeling te treffen, mijn achterstallig marktgeld totaal omstreeks f 6. op zoo kort mogelijk termijn te voldoen.
Hopend dit schrijven bij ued een gunstig onthaal mogen hebben
Hoogachtend,
J De Leeuw * Taalgebruik: De brief is geschreven in formeel, enigszins archaïsch Nederlands ("Ued" voor Uw Edelheid, "ondergeteekende"). De schrijver hanteert een beleefde maar dringende toon. Opvallend is de verzuchting over de sociale rechtvaardigheid: hij werkt hard maar houdt onderaan de streep minder over dan iemand die "in de steun" zit.
* Inhoud: J. de Leeuw reageert op een schrijven van het Marktwezen, vermoedelijk een aanzegging dat hij zijn marktplaatsen op de Westerstraat en de Lindengracht dreigt te verliezen vanwege een betalingsachterstand van 6 gulden.
* Financiële situatie: De schrijver geeft inzicht in zijn karige inkomen: 15 gulden bruto per week, waar 3 gulden aan onkosten vanaf gaan. De resterende 12 gulden is volgens hem minder dan een werkloosheidsuitkering uit die tijd.
* Verzoek: Hij vraagt om een persoonlijk onderhoud op 14 februari 1940 om een betalingsregeling te treffen en zo zijn staanplaatsen te behouden. Dit document stamt uit februari 1940, slechts drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het schetst een beeld van de bittere armoede en de strijd om het bestaan voor kleine zelfstandigen in de Amsterdamse Jordaan aan het einde van de crisisjaren. De genoemde markten (Westerstraat en Lindengracht) zijn nog steeds prominente markten in Amsterdam. Het bedrag waar het om gaat (6 gulden achterstand) lijkt naar moderne maatstaven gering, maar was voor een kleine ondernemer met een weekinkomen van 12 gulden een aanzienlijke schuld. De brief illustreert de bureaucratische realiteit waarbij hardwerkende armen buiten de sociale vangnetten ("de steun") vielen. J. de Leeuw Marktwezen