Archiefdocument
Origineel
16 februari 1940 (ingekomen op 19 februari 1940). A.H. Harf, woonachtig aan de Holendrechtstraat 41 III, Amsterdam-Zuid. De Weledelgeboren Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. № 28/19/1 M. 1940 19/2
Amsterdam, den 16 Februari 1940.
Aan den Wel. edl. Heer Inspecteur v. het Marktwezen
in resp.
Amsterdam.
Wel edl Heer!
Ondergeteekende verzoekt beleefd om gelijk gesteld te worden op de Markten (Lindegracht en Westerstr.) tegen over Nederlanders. Ik ben Duitscher van Geboorte en won ca 20 jaar in Nederland. Ik heb al voor ca 12 jaaren een vaste Standplaats op het Waterlooplein gehad & de laatste jaaren heb ik steeds de buitenmarkten bezocht. Door de tijdsomstandigheden en om de groote kosten bij het buitenvieren zou ik hier graag een verandering in brengen. Ik heb al kinderen getrouwd met Nederlanders en ben door al de jaaren zo ingeburgerd zodat ik beleefd verzoek aan deze verzoekschriften te voldoen.
Met alle eerbied bekend
Hoogachtend
A. H. Harf
Holendrechtstr 41 III.
A'dam - Zuid.
28/33 In deze brief verzoekt de heer A.H. Harf om dezelfde rechten en behandeling als Nederlandse marktkooplieden voor wat betreft standplaatsen op de Lindegracht- en Westerstraatmarkten in Amsterdam. Harf is van Duitse komaf, maar voert verschillende krachtige argumenten aan voor zijn verzoek:
1. Langdurig verblijf: Hij woont reeds 20 jaar in Nederland.
2. Beroepservaring: Hij heeft een bewezen staat van dienst met 12 jaar een vaste plek op het Waterlooplein.
3. Economische druk: De "tijdsomstandigheden" (de dreigende oorlog) en de hoge reiskosten voor markten buiten de stad dwingen hem tot het zoeken van een stabielere plek in de stad zelf.
4. Sociale integratie: Hij wijst op zijn verregaande inburgering en het feit dat zijn kinderen met Nederlanders zijn getrouwd.
De toon is uiterst beleefd en formeel, wat past bij de ambtelijke correspondentie van die tijd. De brief is geschreven in februari 1940, tijdens de 'Schemeroorlog', slechts drie maanden voordat nazi-Duitsland Nederland zou binnenvallen. Voor in Nederland wonende Duitsers was dit een precaire periode; enerzijds waren velen volledig geïntegreerd, anderzijds nam de argwaan vanuit de overheid en de bevolking toe.
Harfs verzoek om "gelijk gesteld te worden" suggereert dat er op dat moment beperkingen of lagere prioriteiten golden voor niet-Nederlanders bij de toewijzing van felbegeerde marktplaatsen. De genoemde markten (Westerstraat, Lindegracht en Waterlooplein) waren en zijn nog steeds iconische locaties in de Amsterdamse handelsgeest. Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe de naderende wereldbrand de dagelijkse economische overleving van individuele burgers beïnvloedde. A.H. Harf H. Harf Marktwezen