Ambtelijk memorandum/advies (Model No. 14 Algemene Zaken).
Origineel
Ambtelijk memorandum/advies (Model No. 14 Algemene Zaken). 31 mei 1940 (begindatum) tot 14 juni 1940 (afhandeling). [Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 28/42/3, 1940
DOORGEZONDEN: 31/5-'40.
[Rechtsboven, handgeschreven]
Th Wolff 328
advies
3-6-'40
[Paraaf]
[Midden, hoofdtekst]
Ik geef U in overweging
Ph. A. v. d. Beek toe te staan
om nog gedurende 6 weken van
zijn plaatsen op de markten Linden-
gracht en Westerstraat geen gebruik te maken.
Het marktgeld wordt door v. Beek geregeld betaald.
(Zie rapport marktopzichter) 10-6-'40
[Paraaf]
[Linksonder, gedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016
[Onderaan, handgeschreven]
model
6 weken na datum dezer [Paraaf]
28/42/4
14/6/40 [Paraaf] * Onderwerp: Het document betreft een verzoek of advies om een markthandelaar, de heer Ph. A. van de Beek, toe te staan zijn vaste staanplaatsen op de Lindengracht en de Westerstraat gedurende zes weken niet te gebruiken zonder deze kwijt te raken.
* Argumentatie: De belangrijkste reden om dit toe te staan is dat de handelaar het verschuldigde marktgeld wel gewoon blijft doorbetalen. Er wordt verwezen naar een rapport van de marktopzichter als onderbouwing.
* Administratieve gang: Het proces start op 31 mei 1940. Op 3 juni wordt er advies gegeven. Op 10 juni volgt een verdere aantekening en op 14 juni lijkt de beslissing definitief verwerkt onder een nieuw volgnummer (28/42/4).
* Vorm: Het betreft een standaardformulier ("Model No. 14") van de afdeling Algemene Zaken, wat duidt op een routineuze maar zorgvuldige administratieve afhandeling van marktplaatsbeheer. * Historische periode: De data op het document (mei/juni 1940) zijn zeer kort na de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940) en de capitulatie. Dit document illustreert dat de civiele bureaucratie en het dagelijks leven, zoals de regulering van markten, vrijwel direct na de invasie 'gewoon' doorgingen onder de bestaande Nederlandse administratieve structuren.
* Locatie: De Lindengracht en de Westerstraat zijn bekende marktlocaties in de Amsterdamse Jordaan. De marktreglementen waren streng: wie zijn plaats niet bezette, liep het risico deze te verliezen, tenzij er officiële ontheffing werd verleend en de leges werden betaald.
* Sociaal-economisch: Het feit dat Van de Beek vraagt om zes weken afwezigheid zo kort na het begin van de bezetting kan te maken hebben met persoonlijke omstandigheden, ziekte, of wellicht de algemene ontregeling van de handel en transport direct na het uitbreken van de oorlog.