Doorslag (carbon copy) van een officiële brief.
Origineel
Doorslag (carbon copy) van een officiële brief. 29 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer Ph.A. van Beek, Charlotte de Bourbonstraat 11 II, Amsterdam-West (Wijk Sloterdijk). [Linksboven, handgeschreven:] Verzonden 29/8-'40.
[Rechtsboven, handgeschreven:] bev. fr. de Boer
[Rechtsboven, getypt:] VP/HG.
den Heer Ph.A.van Beek,
Charlotte de Bourbonstraat 11 II,
Amsterdam-West.
Wijk Sloterdijk.
28/42/6 M. 29 Augustus 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 15 dezer verleen ik U
hierbij tot 1 October a.s. vrijstelling van Uw verplichting om regel-
matig Uw plaatsen op de markten Westerstraat en Lindengracht te be-
zetten, mits U zorgdraagt, dat het ook tijdens Uw afwezigheid ver-
schuldigde marktgeld wekelijks wordt betaald.
De Directeur, De brief is een formele goedkeuring van een verzoek dat de heer Ph.A. van Beek op 15 augustus 1940 had ingediend. Als marktkoopman had hij blijkbaar een "opkomstplicht": de verplichting om zijn vaste standplaatsen op de markten in de Westerstraat en aan de Lindengracht (beide in de Jordaan) regelmatig te bezetten om zijn rechten op die plekken te behouden.
De directeur van de marktdienst verleent hem vrijstelling van deze plicht tot 1 oktober 1940. Er wordt echter één strikte voorwaarde gesteld: het wekelijkse marktgeld (het staangeld) moet gedurende zijn afwezigheid wel gewoon worden doorbetaald. De reden voor de afwezigheid van Van Beek wordt in dit document niet gespecificeerd. Dit document dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de bezettingsmacht haar grip op de samenleving verstevigde, bleef de gemeentelijke administratie van Amsterdam in deze beginfase grotendeels op de gebruikelijke wijze functioneren.
De markten aan de Westerstraat en Lindengracht waren (en zijn) iconische Amsterdamse markten. In 1940 waren ze essentieel voor de voedsel- en goederenvoorziening van de stad. Administratieve documenten als deze tonen de continuïteit van de bureaucratie en de handhaving van economische regels, zelfs in tijden van grote politieke omwenteling. De noodzaak om marktgeld te blijven innen, wijst op het belang van deze inkomstenstroom voor de gemeente en de strikte regulering van de schaarse handelsruimte in de stad. A. van Beek Marktwezen