Archief 745
Inventaris 745-321
Pagina 170
Dossier 27
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

1 mei 1940 Van: Onleesbaar (mogelijk Keunhoff), een ambtenaar/marktmeester Aan: Aan den Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam

Origineel

1 mei 1940 Onleesbaar (mogelijk Keunhoff), een ambtenaar/marktmeester Aan den Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam no 28/54/5 m 1940

Aan den Inspecteur
v.h. Marktwezen
alhier.

Wat het verzoek om uitstel betreft diene
het volgende.
D. Rooij heeft een vaste standplaats op
de brug Rijnstraat - Van Wouwstr., hiervan maakte
hij minstens 2 x per week gebruik.
Zoogoed als hij 2 x p.w. van die plaats
gebruik kan maken, lijkt het mij niet on-
waarschijnlijk dat hij ook de Lindengracht
zou kunnen bezoeken.
Uitstel zijn plaats te bezetten moet
hem m.i. niet toegestaan worden.

1-5-1940. [Handtekening] Het document is een ambtelijk advies over een marktkoopman, D. Rooij, die uitstel heeft gevraagd voor de verplichting om zijn standplaats te bezetten. In de Amsterdamse marktverordening was (en is) het vaak verplicht om een toegewezen standplaats ook daadwerkelijk te gebruiken, op straffe van verlies van de vergunning.

De ambtenaar adviseert de Inspecteur om het verzoek af te wijzen. Zijn argument is gebaseerd op logica en observatie: aangezien Rooij wel in staat is om tweemaal per week op zijn andere vaste plek (de brug tussen de Rijnstraat en de Van Wouwstraat, de huidige P.L. Kramerbrug) te staan, is er volgens de ambtenaar geen geldige reden waarom hij zijn plek op de Lindengracht niet zou kunnen innemen. De afkorting "m.i." staat voor 'mijns inziens' en "p.w." voor 'per week'. * Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 1 mei 1940. Dit is opmerkelijk, omdat het slechts negen dagen voor de Duitse inval in Nederland is. Het document illustreert dat de gemeentelijke bureaucratie en de handhaving van marktregels tot op het laatste moment van vrede 'business as usual' bleven uitvoeren.
* Geografie: De genoemde locaties zijn typerend voor Amsterdam. De standplaats op de "brug Rijnstraat - Van Wouwstr." bevond zich op de grens tussen De Pijp en de Rivierenbuurt. De Lindengracht in de Jordaan is vanouds een belangrijke marktlocatie.
* Marktwezen: De dienst Marktwezen hield streng toezicht op de bezetting van plekken. Standplaatsen waren gewild en schaars; een onbezet gelaten plek betekende inkomstenderving voor de gemeente en een gemiste kans voor andere gegadigden.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk advies over een marktkoopman, D. Rooij, die uitstel heeft gevraagd voor de verplichting om zijn standplaats te bezetten. In de Amsterdamse marktverordening was (en is) het vaak verplicht om een toegewezen standplaats ook daadwerkelijk te gebruiken, op straffe van verlies van de vergunning.

De ambtenaar adviseert de Inspecteur om het verzoek af te wijzen. Zijn argument is gebaseerd op logica en observatie: aangezien Rooij wel in staat is om tweemaal per week op zijn andere vaste plek (de brug tussen de Rijnstraat en de Van Wouwstraat, de huidige P.L. Kramerbrug) te staan, is er volgens de ambtenaar geen geldige reden waarom hij zijn plek op de Lindengracht niet zou kunnen innemen. De afkorting "m.i." staat voor 'mijns inziens' en "p.w." voor 'per week'.

Historische Context

  • Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 1 mei 1940. Dit is opmerkelijk, omdat het slechts negen dagen voor de Duitse inval in Nederland is. Het document illustreert dat de gemeentelijke bureaucratie en de handhaving van marktregels tot op het laatste moment van vrede 'business as usual' bleven uitvoeren.
  • Geografie: De genoemde locaties zijn typerend voor Amsterdam. De standplaats op de "brug Rijnstraat - Van Wouwstr." bevond zich op de grens tussen De Pijp en de Rivierenbuurt. De Lindengracht in de Jordaan is vanouds een belangrijke marktlocatie.
  • Marktwezen: De dienst Marktwezen hield streng toezicht op de bezetting van plekken. Standplaatsen waren gewild en schaars; een onbezet gelaten plek betekende inkomstenderving voor de gemeente en een gemiste kans voor andere gegadigden.