Archief 745
Inventaris 745-321
Pagina 182
Dossier 2C
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

29 juli 1940 Aan: Directeur van het Marktwezen (en de Inspecteur), waarschijnlijk in Den Haag. Dossier: 28/57/1

Origineel

29 juli 1940 Directeur van het Marktwezen (en de Inspecteur), waarschijnlijk in Den Haag. 29/7/40
Nº 28/57/1 Weledele Heer Insp.
[Stempel: 1 AUG. 1940]
Directeur van het Marktwezen

terwijl ik in deze
omstandigheden
heelemaal zonder
handel bent gekomen
dit wil zeggen artikel
haring dit is uit gesloten
om het meer te
koopen en mijn
handel was haring
en ik kan niet met
groente over weg het
zou te minste al heel
gek wezen terwijl
ik op Scheveningen
woon met haring
kon ik mijn brood
verdiene De schrijver van deze brief is een haringhandelaar uit Scheveningen die door de vroege bezettingsomstandigheden van de Tweede Wereldoorlog zijn broodwinning heeft verloren. De brief is gericht aan de overheid (het Marktwezen) om de nijpende situatie aan te kaarten.

De kernpunten van het schrijven zijn:
* Handelsverbod: De handel in "artikel haring" is blijkbaar stilgelegd of onmogelijk gemaakt ("uit gesloten om het meer te koopen").
* Gebrek aan alternatief: De schrijver geeft aan dat omschakelen naar een ander vak, zoals de groentehandel, voor hem geen optie is ("ik kan niet met groente over weg").
* Lokale identiteit: De schrijver benadrukt dat hij in Scheveningen woont, waar de haringvisserij de primaire bron van inkomsten is. Het zou in zijn ogen "gek" zijn om daar iets anders te doen.
* Economische nood: De brief eindigt met de constatering dat haring de enige manier was waarop de schrijver zijn brood kon verdienen. In juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie, was de economische impact van de Duitse bezetting al pijnlijk voelbaar. Voor de vissers en handelaren in Scheveningen was de situatie extra zwaar: de Noordzee was oorlogsgebied en de bezetter legde strenge beperkingen op aan de visserij om te voorkomen dat schepen naar Engeland zouden uitwijken. Dit leidde tot grote tekorten en werkloosheid in de visserijsector. Dit document is een voorbeeld van een 'rekest' of verzoekschrift van een burger die probeert binnen de nieuwe bureaucratische kaders van de bezettingstijd te overleven. Marktwezen

Samenvatting

De schrijver van deze brief is een haringhandelaar uit Scheveningen die door de vroege bezettingsomstandigheden van de Tweede Wereldoorlog zijn broodwinning heeft verloren. De brief is gericht aan de overheid (het Marktwezen) om de nijpende situatie aan te kaarten.

De kernpunten van het schrijven zijn:
* Handelsverbod: De handel in "artikel haring" is blijkbaar stilgelegd of onmogelijk gemaakt ("uit gesloten om het meer te koopen").
* Gebrek aan alternatief: De schrijver geeft aan dat omschakelen naar een ander vak, zoals de groentehandel, voor hem geen optie is ("ik kan niet met groente over weg").
* Lokale identiteit: De schrijver benadrukt dat hij in Scheveningen woont, waar de haringvisserij de primaire bron van inkomsten is. Het zou in zijn ogen "gek" zijn om daar iets anders te doen.
* Economische nood: De brief eindigt met de constatering dat haring de enige manier was waarop de schrijver zijn brood kon verdienen.

Historische Context

In juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie, was de economische impact van de Duitse bezetting al pijnlijk voelbaar. Voor de vissers en handelaren in Scheveningen was de situatie extra zwaar: de Noordzee was oorlogsgebied en de bezetter legde strenge beperkingen op aan de visserij om te voorkomen dat schepen naar Engeland zouden uitwijken. Dit leidde tot grote tekorten en werkloosheid in de visserijsector. Dit document is een voorbeeld van een 'rekest' of verzoekschrift van een burger die probeert binnen de nieuwe bureaucratische kaders van de bezettingstijd te overleven.

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Haring Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen