Archief 745
Inventaris 745-321
Pagina 188
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift / brief.

7 augustus 1920 (genoteerd als 7/8/20). Van: Een marktkoopman (standplaatsnummer 202). Aan: De Weledele Heer Directeur van het Marktwezen.

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift / brief. 7 augustus 1920 (genoteerd als 7/8/20). Een marktkoopman (standplaatsnummer 202). De Weledele Heer Directeur van het Marktwezen. 7/8/20 [stempel onleesbaar]

Weledele Heer Directeur van
het Marktwesen ik heeft uw
schrijven ontvangen en gelezen
als dat ik 3 maanden ontheffing
heb met door betaling van
mijn Marktgeld maar ik kan
dit onmogelijk doen terwijl
ik maar van mijn gewonnen
loon 14 gulden inkomen
heeft en ik zelf geen handel
meer heeft want er wordt
geen haringhtje gevangen
of de oorlog zou afgeloopen
moeten zijn en daarom
vraag ik uw beleefd
om ontheffing van mijn
marktgeld ik verwoon al
6 gulden en mijn bode en
begrafnis fonds dus heb
heel weinig om te leven
dus uw begrijpt wel mijnheer
dat ik graag mijn plaats
wil blijven handhave 202 * Taalgebruik: Het document is geschreven in een eenvoudige, volkse stijl met diverse grammaticale en spelfouten (bijv. "ik heeft", "Marktwesen", "haringhtje", "handhave"). Dit wijst op een schrijver uit de arbeidsklasse die probeert een formele instantie aan te spreken.
* Kern van het verzoek: De schrijver heeft een eerdere beschikking ontvangen waarbij hij drie maanden uitstel of gedeeltelijke ontheffing kreeg, maar hij moet nog steeds betalen ("door betaling"). Hij stelt dat dit onmogelijk is.
* Financiële situatie: De schrijver verdient slechts 14 gulden. Hiervan gaat 6 gulden op aan huur ("verwoon") en een deel aan sociale verzekeringen (de "bode" en het "begrafnisfonds").
* Oorzaak van de nood: Er wordt geen haring gevangen. De referentie naar de oorlog ("of de oorlog zou afgeloopen moeten zijn") is opmerkelijk in 1920. Hoewel de Eerste Wereldoorlog voorbij was, bleven de economische gevolgen en de mijnenvelden in de Noordzee de visserij nog jarenlang hinderen.
* Identificatie: De brief eindigt met het nummer "202", wat zeer waarschijnlijk het nummer van zijn marktkraam of standplaats is. Dit document biedt een inkijkje in de sociaaleconomische realiteit van kleine zelfstandigen in Nederland vlak na de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, was de economie ontwricht. De visserijsector werd zwaar getroffen door de nasleep van de zeeoorlog. Marktkooplieden die afhankelijk waren van verse aanvoer (zoals haring) raakten hierdoor direct in de betalingsproblemen. Het Marktwezen was de gemeentelijke instantie die toezag op de inning van staangelden; dergelijke brieven waren voor de directeur dagelijkse kost, maar voor de individuele burger was het een uiterste poging om zijn bron van bestaan (de standplaats) niet te verliezen.

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het document is geschreven in een eenvoudige, volkse stijl met diverse grammaticale en spelfouten (bijv. "ik heeft", "Marktwesen", "haringhtje", "handhave"). Dit wijst op een schrijver uit de arbeidsklasse die probeert een formele instantie aan te spreken.
  • Kern van het verzoek: De schrijver heeft een eerdere beschikking ontvangen waarbij hij drie maanden uitstel of gedeeltelijke ontheffing kreeg, maar hij moet nog steeds betalen ("door betaling"). Hij stelt dat dit onmogelijk is.
  • Financiële situatie: De schrijver verdient slechts 14 gulden. Hiervan gaat 6 gulden op aan huur ("verwoon") en een deel aan sociale verzekeringen (de "bode" en het "begrafnisfonds").
  • Oorzaak van de nood: Er wordt geen haring gevangen. De referentie naar de oorlog ("of de oorlog zou afgeloopen moeten zijn") is opmerkelijk in 1920. Hoewel de Eerste Wereldoorlog voorbij was, bleven de economische gevolgen en de mijnenvelden in de Noordzee de visserij nog jarenlang hinderen.
  • Identificatie: De brief eindigt met het nummer "202", wat zeer waarschijnlijk het nummer van zijn marktkraam of standplaats is.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de sociaaleconomische realiteit van kleine zelfstandigen in Nederland vlak na de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, was de economie ontwricht. De visserijsector werd zwaar getroffen door de nasleep van de zeeoorlog. Marktkooplieden die afhankelijk waren van verse aanvoer (zoals haring) raakten hierdoor direct in de betalingsproblemen. Het Marktwezen was de gemeentelijke instantie die toezag op de inning van staangelden; dergelijke brieven waren voor de directeur dagelijkse kost, maar voor de individuele burger was het een uiterste poging om zijn bron van bestaan (de standplaats) niet te verliezen.