Archief 745
Inventaris 745-321
Pagina 189
Dossier 27
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk advies / Interne correspondentie.

15 augustus 1940. Van: De controleur Marktopzichter (ondertekend door S.H. de Vries). Aan: Den Heer Inspecteur.

Origineel

Ambtelijk advies / Interne correspondentie. 15 augustus 1940. De controleur Marktopzichter (ondertekend door S.H. de Vries). Den Heer Inspecteur. Advies op
28/57/3 M40 8/8

Den Heer Inspecteur

Het verzoek van Hr den Heyer om vrijstelling
van betaling voor zijn Marktplaatsen Lindengracht
en Westerstraat is onder de thans geldende bepalingen
niet voor inwilliging vatbaar.

Misschien zou het evenwel aanbeveling
verdienen om voor plaatshouders die door de gevolgen
van den oorlog niet in staat zijn de markt te bezoeken,
bijzondere maatregelen te treffen ten einde hen in de
gelegenheid te stellen zich van "andere Handel" te voorzien.

Amsterdam 15 Augustus '40
De controleur Marktopzichter
[w.g.] S.H. de Vries

[Toegevoegde notitie onderaan, over de rode lijn heen:]
deze gelegenheid wordt
hen geboden door het niet
verplicht bezetten; vrijstelling van
marktgeld kan hiervoor i.v.m.
consequenties niet worden verleend.
het verzoek moet derhalve worden
afgewezen. In dit document adviseert de Amsterdamse marktopzichter over een verzoek van een marktkoopman, de heer Den Heyer. Vanwege de economische of logistieke gevolgen van de oorlog heeft de heer Den Heyer gevraagd of hij vrijgesteld kan worden van het betalen van de staanplaatsgelden voor zijn plekken op de Lindengracht en de Westerstraat.

De controleur, S.H. de Vries, stelt vast dat de huidige regels een dergelijke vrijstelling niet toestaan. Hij toont echter wel begrip voor de situatie door voor te stellen om een algemeen beleid te maken voor kooplieden die door de oorlog hun werk niet kunnen doen, zodat zij ruimte krijgen om andere inkomstenbronnen te zoeken ("andere Handel").

De uiteindelijke beslissing, die onderaan het document is toegevoegd (waarschijnlijk door de Inspecteur of een hogere ambtenaar), is echter negatief. Het verzoek wordt afgewezen om een precedent te voorkomen ("i.v.m. consequenties"). Als argument wordt gegeven dat kooplieden al tegemoet worden gekomen doordat zij hun plek niet meer verplicht hoeven te bezetten; zij mogen dus wegblijven zonder hun vergunning te verliezen, maar de financiële verplichting blijft onverkort van kracht. Dit document is geschreven in augustus 1940, slechts enkele maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. De markthandel in Amsterdam, met name in wijken als de Jordaan (Lindengracht/Westerstraat), werd direct geraakt door schaarste, distributiemaatregelen en de algemene economische ontregeling.

Het document illustreert de starheid van de gemeentelijke bureaucratie in de vroege bezettingstijd. Hoewel de lagere ambtenaar (de controleur) de noodzaak ziet voor flexibiliteit, kiest de hogere leiding voor een strikte handhaving van de regels om een stortvloed aan soortgelijke verzoeken van andere gedupeerde marktkooplieden te voorkomen. Het geeft een unieke inkijk in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine zelfstandigen in het eerste oorlogsjaar.

Samenvatting

In dit document adviseert de Amsterdamse marktopzichter over een verzoek van een marktkoopman, de heer Den Heyer. Vanwege de economische of logistieke gevolgen van de oorlog heeft de heer Den Heyer gevraagd of hij vrijgesteld kan worden van het betalen van de staanplaatsgelden voor zijn plekken op de Lindengracht en de Westerstraat.

De controleur, S.H. de Vries, stelt vast dat de huidige regels een dergelijke vrijstelling niet toestaan. Hij toont echter wel begrip voor de situatie door voor te stellen om een algemeen beleid te maken voor kooplieden die door de oorlog hun werk niet kunnen doen, zodat zij ruimte krijgen om andere inkomstenbronnen te zoeken ("andere Handel").

De uiteindelijke beslissing, die onderaan het document is toegevoegd (waarschijnlijk door de Inspecteur of een hogere ambtenaar), is echter negatief. Het verzoek wordt afgewezen om een precedent te voorkomen ("i.v.m. consequenties"). Als argument wordt gegeven dat kooplieden al tegemoet worden gekomen doordat zij hun plek niet meer verplicht hoeven te bezetten; zij mogen dus wegblijven zonder hun vergunning te verliezen, maar de financiële verplichting blijft onverkort van kracht.

Historische Context

Dit document is geschreven in augustus 1940, slechts enkele maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. De markthandel in Amsterdam, met name in wijken als de Jordaan (Lindengracht/Westerstraat), werd direct geraakt door schaarste, distributiemaatregelen en de algemene economische ontregeling.

Het document illustreert de starheid van de gemeentelijke bureaucratie in de vroege bezettingstijd. Hoewel de lagere ambtenaar (de controleur) de noodzaak ziet voor flexibiliteit, kiest de hogere leiding voor een strikte handhaving van de regels om een stortvloed aan soortgelijke verzoeken van andere gedupeerde marktkooplieden te voorkomen. Het geeft een unieke inkijk in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine zelfstandigen in het eerste oorlogsjaar.

Locaties

Amsterdam.