Archief 745
Inventaris 745-321
Pagina 196
Dossier 27
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (afschrift van een origineel).

1940 (gebaseerd op documentnummer en inhoudelijke context; de specifieke dag/maand van het postmerk ontbreekt op dit afschrift). Van: Gerh. Joh. Sijmons (marktkoopman). Aan: Dr. Willem de Vlugt, Burgemeester van Amsterdam.

Origineel

Getypte brief (afschrift van een origineel). 1940 (gebaseerd op documentnummer en inhoudelijke context; de specifieke dag/maand van het postmerk ontbreekt op dit afschrift). Gerh. Joh. Sijmons (marktkoopman). Dr. Willem de Vlugt, Burgemeester van Amsterdam. No.28/59/1 M.1940.

No.711 L.M.1940 AFSCHRIFT.

Amsterdam, datum postmerk.

Aan den Hoogw.edelengestrenge
Heer.Dr.de Vlugt,
Burgemeester
van Amsterdam.

Edelachtbare Heer,
Neem u het mij niet kwalijk als ik 2 minuten van u kostbaare tijd vraag voor een rechtvaardige zaak. mijn naam is Gerh.Joh.Sijmons, woonplaats Noordermarkt 18 II marktkoopman Lindengracht. Edelachtbare toen ik in het jaar 1939 10 November van U edele tusschenkomst een voorkeurskaart ontving was ik daar blij mede, niet wetende, wat er boven mijn hoofd hing ten eerste de oorlog die uitbrak ten tweede de harde koude winter en kon niet op de Lindengracht staan verscheidene kooplieden ston-den toen niet.en toen het naar der hand weer een beetje opklaarde was ik ziek en had toen bevroren vingers en vier bevroren teenen kon toen weer in geen zes weken op de markt staan en begin Mei van dit jaar brakde oorlog met Nederland los toen kon ik weer niet staan op de Lindengracht en nu vraagt ik u edelachtbare nu staan ik al weer 12 weken op de Linden-gracht en Noordermarkt en nu krijg ik een bericht, dat mijn voorkeurskaart ingehouden is noemt dit een rechtvaardige zaak nu kan ik voor mijn arm-huisgezin het brood niet meer verdienen nu staan ik nog achter de jooden en duitsche joden voor een plaats op de markt te krijgen en hun krijgen de mooiste plaatsen en ik als geboren Amsterdammer Nederlander van ge-boorte staat er naast ik bid de goede god dagelijks dat ik mijn kaart weder terug zal krijgen en voor mijn zeer arm gezin weder een boterham te kunnen verdienen. Wat mijn bevroren handen en voeten betreft kun U Edelachtbare informeeren bij mijn huizdokter. J.v.d.Horst,Heeregracht 106 zoo hoop ik Edelachtbaare heer dat u mij weder in staat zal stellen dat ik weder mijn voorkeurskaart terug zal krijgen en het brood weder voor mijn zeer arm gezin kan verdienen op de Lindegracht.Geachte heer zoo hoop ik van u edelachtbare een gunstig bericht te zullen ontvangen. De goede God zal U hiernamaals er weer voor beloonen.
Bij voorbaat mijn oprechte dank ook namens mijn vrouw, Joh. Bernardiena Erkelens.
Adres.:Noordermarkt 18 II
Centrum. * Inhoud: De brief is een dringend verzoek van een Amsterdamse marktkoopman aan de burgemeester. Hij vraagt om teruggave van zijn 'voorkeurskaart' (een vergunning voor een vaste standplaats). Hij voert aan dat hij door overmacht (de oorlogsuitbraak, een extreem strenge winter met bevriezingsverschijnselen en ziekte) enige tijd niet op de markt heeft kunnen staan, waardoor zijn kaart is ingetrokken.
* Toon en taal: De tekst is geschreven in een mengeling van nederigheid ("Edelachtbare heer") en diepe frustratie. Het taalgebruik is volks en bevat diverse spellings- en grammaticafouten ("kostbaare", "brakde", "nu staan ik"). De schrijver beroept zich op zijn status als "geboren Amsterdammer" om zijn recht op een standplaats te onderbouwen.
* Sociale observatie: Een opvallend element in de brief is de klacht over "jooden en duitsche joden" die volgens de schrijver betere plaatsen zouden krijgen. Dit illustreert de onderlinge concurrentie en de spanningen op de markt aan het begin van de bezettingstijd, waarbij de afzender tracht de autoriteiten te bespelen met destijds beladen sentimenten. * Historisch moment: De brief is geschreven kort na de Duitse inval in mei 1940. De referentie aan de "harde koude winter" verwijst naar de beruchte winter van 1939-1940, een van de koudste van de 20e eeuw.
* Locatie: De Noordermarkt en Lindengracht in de Jordaan waren (en zijn) het hart van de Amsterdamse markthandel. Voor de arme bewoners van deze wijk was een standplaats op de markt van cruciaal belang voor het overleven van het gezin.
* Bestuur: Burgemeester Willem de Vlugt stond aan het hoofd van de stad tijdens de overgang van de democratie naar het begin van het naziregime in Nederland. Ambtenaren moesten in deze periode omgaan met een vloedgolf aan verzoeken van burgers die door de oorlogsomstandigheden in de knel waren gekomen.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een dringend verzoek van een Amsterdamse marktkoopman aan de burgemeester. Hij vraagt om teruggave van zijn 'voorkeurskaart' (een vergunning voor een vaste standplaats). Hij voert aan dat hij door overmacht (de oorlogsuitbraak, een extreem strenge winter met bevriezingsverschijnselen en ziekte) enige tijd niet op de markt heeft kunnen staan, waardoor zijn kaart is ingetrokken.
  • Toon en taal: De tekst is geschreven in een mengeling van nederigheid ("Edelachtbare heer") en diepe frustratie. Het taalgebruik is volks en bevat diverse spellings- en grammaticafouten ("kostbaare", "brakde", "nu staan ik"). De schrijver beroept zich op zijn status als "geboren Amsterdammer" om zijn recht op een standplaats te onderbouwen.
  • Sociale observatie: Een opvallend element in de brief is de klacht over "jooden en duitsche joden" die volgens de schrijver betere plaatsen zouden krijgen. Dit illustreert de onderlinge concurrentie en de spanningen op de markt aan het begin van de bezettingstijd, waarbij de afzender tracht de autoriteiten te bespelen met destijds beladen sentimenten.

Historische Context

  • Historisch moment: De brief is geschreven kort na de Duitse inval in mei 1940. De referentie aan de "harde koude winter" verwijst naar de beruchte winter van 1939-1940, een van de koudste van de 20e eeuw.
  • Locatie: De Noordermarkt en Lindengracht in de Jordaan waren (en zijn) het hart van de Amsterdamse markthandel. Voor de arme bewoners van deze wijk was een standplaats op de markt van cruciaal belang voor het overleven van het gezin.
  • Bestuur: Burgemeester Willem de Vlugt stond aan het hoofd van de stad tijdens de overgang van de democratie naar het begin van het naziregime in Nederland. Ambtenaren moesten in deze periode omgaan met een vloedgolf aan verzoeken van burgers die door de oorlogsomstandigheden in de knel waren gekomen.

Locaties

De Noordermarkt en Lindengracht in de Jordaan waren (en zijn) het hart van de Amsterdamse markthandel. Voor de arme bewoners van deze wijk was een standplaats op de markt van cruciaal belang voor het overleven van het gezin.