Administratieve brief (waarschijnlijk een doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Administratieve brief (waarschijnlijk een doorslag of officieel afschrift). 22 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktwezen Amsterdam). [Rechtsboven, handgeschreven:] Zie br. d. Raai
[Midden boven, handgeschreven:] Verzonden 22/8-'40
[Rechtsboven, getypt:] VP/HG.
den Heer J.Biet,
Swammerdamstraat 2 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
28/61/2 M. 22 Augustus 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 5 dezer bericht ik U,
dat het daarin vervatte verzoek niet voor inwilliging in aan-
merking kan komen. Indien U andermaal een plaats op de markt
Lindengracht verlangt, kunt U zich op de sollicitantenlijst voor
de bedoelde markt laten inschrijven.
De Directeur, De brief is een formele, ambtelijke afwijzing van een verzoek dat op 5 augustus 1940 werd ingediend door de heer J. Biet. Het verzoek had betrekking op het verkrijgen van een staanplaats op de markt aan de Lindengracht in Amsterdam. De toon is kort en bureaucratisch; het woord "niet" is onderstreept om de beslissing te benadrukken. De geadresseerde wordt gewezen op de formele weg voor toekomstige aanvragen: inschrijving op de sollicitantenlijst. De gebruikte terminologie ("d.d. 5 dezer", "inwilliging in aanmerking") is typerend voor de Nederlandse administratieve taal uit die periode. Het document dateert van de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de tekst zelf een routinematige afwijzing lijkt, is de context beladen. De geadresseerde, J. Biet, woonachtig in de Swammerdamstraat, behoorde tot een bekende Joodse familie in Amsterdam. In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten en het collaborerende stadsbestuur met het stelselmatig uitsluiten van Joden uit het economische leven, waaronder de ambulante handel op markten. De Lindengrachtmarkt in de Jordaan was een belangrijke handelsplek. Deze brief kan worden gezien als een vroeg voorbeeld van de bureaucratische uitsluiting die veel Joodse Amsterdammers trof, waarbij formele redenen werden gebruikt om verzoeken van Joodse burgers af te wijzen. J. Biet Marktwezen