Administratieve kaart / Oproepingskaart van de Dienst der Markten (Marktwezen).
Origineel
Administratieve kaart / Oproepingskaart van de Dienst der Markten (Marktwezen). September – Oktober 1940. [Linkerbovenzijde - stempel en tekst]
N^o 20/76/31 M. 1940
Opgeroepen per [blanco]
(datum) v. d. 18. Oct. 40 (uur) 9 uur.
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt
Lindengracht
pl. 262
[Midden - handgeschreven]
gewaarschuwd 16-9-'40
[Onderzijde - geadresseerde]
Aan
Y. Braun
Lindengracht 239 III
[Rechterzijde - handgeschreven aantekeningen]
Aanteekeningen Inspecteur:
Aan oproepingen geen
gevolg gegeven.
intrekken
18-10-'40
de Haan [handtekening]
[Rechtsonder - stempel]
24 OCT. 1940
[Paraaf] Het document betreft een tuchtrechtelijke procedure tegen marktkoopman Y. Braun, die een standplaats (nummer 262) had op de markt aan de Lindengracht in Amsterdam.
De chronologie van de gebeurtenissen is als volgt:
1. 16 september 1940: Braun krijgt een officiële waarschuwing omdat hij zijn standplaats niet "geregeld" bezet.
2. 18 oktober 1940: Braun is opgeroepen om om 9:00 uur te verschijnen om zich te verantwoorden.
3. De inspecteur (De Haan) stelt die dag vast dat Braun niet is verschenen ("geen gevolg gegeven").
4. Als sanctie wordt de vergunning voor de standplaats ingetrokken ("intrekken").
5. 24 oktober 1940: Het dossier wordt administratief afgesloten met een datumstempel. Dit document stamt uit de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de kaart een strikt administratieve reden geeft voor de intrekking (het niet bezetten van de kraam), is de bredere historische context van belang.
De achternaam 'Braun' is veelvoorkomend onder de Joodse bevolking van Amsterdam. Vanaf het najaar van 1940 begonnen de Duitse bezetter en het meewerkende Nederlandse bestuur met de stelselmatige uitsluiting van Joden uit het economische leven. In oktober 1940 (dezelfde maand als dit document) werd de aanmeldingsplicht voor Joodse bedrijven ingevoerd.
De afwezigheid van Y. Braun op de markt en bij de oproeping kan wijzen op de beginnende ontwrichting van het dagelijks leven voor Joodse Amsterdammers door de anti-Joodse maatregelen. In 1941 zou dit uiteindelijk leiden tot het volledig verbieden van Joodse handelaren op reguliere markten en de instelling van speciale 'Joodse markten'. Het intrekken van de vergunning op deze kaart betekende voor de betrokkene het directe verlies van zijn of haar bron van inkomsten. Y. Braun Marktwezen