Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 27 december 1940. G. Conradi, wonende te Westerstraat 83-II, Amsterdam. [Stempel rechtsboven:] № 20/78/gM. 1940 30/w
Amsterdam - 27 Dec: 1940
Inspecteur Marktwezen
advies!
Mijnheer!
U had mij per kaart opgeroepen om V.L. [vorige]
maandag bij u te komen. Maar aangezien
ik 10 a 12 dagen thuis geweest ben door
griep kon ik niet komen.
Dezen morgen heb ik ten kantoren van
u van half elf tot kwart voor 12 uur ge-
wacht om u te spreken maar of ik niet
door u ambtenaar ben aangediend of dat
u bezet was ik kon niet langer wachten.
Ik kan u hierbij berichten dat ik weer
in de steun ben opgenomen en vraag
u daarom nogmaals ontheffing van mijn
achterstand. Marktplaatsen Lindengracht.
Westerstraat. aangezien ik onmogelijk iets
kan betalen.
Hoogacht
G Conradi
Westerst. 83 II
[In de kantlijn:] M. Insp [?] In deze brief richt G. Conradi zich tot de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De schrijver legt uit waarom een eerdere afspraak op maandag niet nagekomen kon worden (wegens een zware griep van 10 à 12 dagen). De ochtend van schrijven heeft de afzender tevergeefs bijna anderhalf uur op het kantoor van de inspectie gewacht (van 10:30 tot 11:45 uur), maar werd niet binnengeroepen.
De kern van de brief is een verzoek om kwijtschelding ("ontheffing") van een betalingsachterstand voor marktplaatsen op de Lindengracht en de Westerstraat. De motivatie hiervoor is tweeledig: de persoonlijke gezondheidssituatie en het feit dat de afzender weer afhankelijk is van "de steun" (werkloosheidsuitkering), waardoor betaling onmogelijk is geworden. De brief dateert van december 1940, ruim zeven maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De economische omstandigheden waren in deze periode zwaar; veel kleine handelaren en marktkooplieden hadden moeite om het hoofd boven water te houden door schaarste en distributiemaatregelen.
"De steun" verwijst naar de destijds geldende vorm van sociale bijstand voor werklozen. De Jordaan (waar de Westerstraat en Lindengracht liggen) was in die tijd een volksbuurt waar armoede veel voorkwam. Documenten als deze geven een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van Amsterdammers tijdens de eerste oorlogsjaren en de bureaucratische wegen die zij moesten bewandelen om financiële verlichting te zoeken. De toon van de brief is formeel en beleefd, wat getuigt van de toenmalige gezagsverhouding tussen de burger en de gemeentelijke instanties.