Dienststempel/Rapportage (handgeschreven)
Origineel
Dienststempel/Rapportage (handgeschreven) 15 oktober 1940 Nº 28/80/1 M. 1940
Rapport.
Aan den Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier
Lindengracht.
De vaste plts No 154 J. C. Pedro
heb ik al meermalen gewaarschuwd dat hij zich
niet door zijn minderjarige zoon mag laten
vervangen. Genoemde zoon staat soms
geheel alleen te verkopen, en als ik dan
vraag waar zijn vader is, krijg ik altijd te
hooren: ,,hij moet nog van de markt komen.''
Het gebeurd dan dat Pedro om ±
1 uur n.m. nog niet aanwezig is.
Ik geloof dan ook niet, dat hij om
dien klok nog van de markt moet komen.
Een waarschuwing uwerzijds lijkt
mij gewenscht.
15 - 10 - 1940.
[Handtekening: Heuvel?]
Schriftel. Waarschuwing d.v. 15-
21-10-40
[Paraaf]
[In rood potlood onderaan:]
28/80/3
J. C. Pedro, Lindengracht 168 III In dit rapport doet een marktriks (toezichthouder) beklag bij de Inspecteur van het Marktwezen over de heer J.C. Pedro, die een vaste standplaats (No. 154) heeft op de Lindengrachtmarkt. De kern van de klacht is dat de heer Pedro zijn minderjarige zoon de kraam alleen laat bemannen, wat tegen de regels is.
De toezichthouder merkt op dat hij Pedro al vaker heeft gewaarschuwd. Wanneer de zoon wordt gevraagd waar zijn vader is, luidt het standaardexcuus dat hij "nog van de markt moet komen". De toezichthouder trekt dit in twijfel, aangezien Pedro om 13:00 uur ('s middags) vaak nog steeds niet aanwezig is. Hij adviseert een formele schriftelijke waarschuwing. Uit de aantekeningen onderaan blijkt dat deze waarschuwing inderdaad op 21 oktober 1940 is verzonden. Het document dateert van oktober 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie ging het dagelijks leven en de bijbehorende bureaucratie in de stad Amsterdam gewoon door. De Lindengracht is van oudsher een bekende marktlokatie in de Jordaan.
Dit type document geeft inzicht in de strikte handhaving van marktverordeningen. Standplaatshouders waren destijds verplicht persoonlijk bij hun kraam aanwezig te zijn; het overdragen van de handel aan minderjarigen zonder toezicht werd gezien als een ernstige tekortkoming van de vergunningsvoorwaarden. De vermelding van het adres "Lindengracht 168 III" suggereert dat de koopman direct aan de straat woonde waar hij zijn kraam had.