Brief (waarschijnlijk een doorslag van een officieel schrijven).
Origineel
Brief (waarschijnlijk een doorslag van een officieel schrijven). 26 januari 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer S. Lam, Ruyschstraat 131, Amsterdam-Oost. verz. M. de Haas.
VP/HG.
30/6/2 M.
Verzonden 26/1 - '40.
26 Januari 1940.
den Heer S. Lam,
Ruyschstraat 131,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 4 dezer be-
richt ik U, dat U aan twee oproepingen van den Inspecteur
om het in dien brief vervatte verzoek nader toe te lich-
ten, niet heeft voldaan. Op grond daarvan wordt Uw ver-
zoek thans van de hand gewezen. Indien U Uw plaats op de
markt Waterlooplein niet regelmatig bezet, zal deze
plaats worden ingetrokken, op grond van de desbetreffende
bepalingen van het Reglement op de Markten. Dit zelfde
geldt ten aanzien van Uw plaats op de markt Uilenburg.
De Directeur, De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat door de heer S. Lam op 4 januari 1940 was ingediend. De reden voor de afwijzing is procedureel: de heer Lam is tot twee keer toe opgeroepen door een inspecteur om zijn verzoek toe te lichten, maar is hierop niet verschenen.
Naast de afwijzing bevat de brief een officiële waarschuwing. De directeur wijst de heer Lam op de regels van het 'Reglement op de Markten'. Indien hij zijn marktplaatsen op het Waterlooplein en de markt Uilenburg niet regelmatig bezet, zullen deze vergunningen worden ingetrokken. De toon van de brief is ambtelijk en streng. Het document dateert van januari 1940, enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De locaties die in de brief worden genoemd — het Waterlooplein, de markt in de Uilenburgerstraat en de Ruyschstraat — bevinden zich in de (voormalige) Joodse buurt van Amsterdam of in wijken waar veel Joodse Amsterdammers woonden.
Veel Joodse marktkooplieden waren destijds afhankelijk van standplaatsen op deze markten. Hoewel deze brief een reguliere administratieve kwestie over marktvergunningen en aanwezigheidsplicht lijkt te betreffen, illustreert het de strikte regulering waaraan marktkooplieden in Amsterdam onderworpen waren vlak voordat de bezettingsmacht specifieke anti-Joodse maatregelen op de markten zou gaan invoeren. M. Marktwezen