Administratieve kaart/oproepformulier van de marktinspectie (Amsterdam).
Origineel
Administratieve kaart/oproepformulier van de marktinspectie (Amsterdam). [Gedrukte en getypte tekst, linksboven]
Nº 30/61/3 M. 1940
Opgeroepen per
(datum) 25 of 28 Oct '40
(uur) 9 uur.
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt Waterlooplein
pl. nr 12.
gewaarschuwd 25-9-'40
[Linksonder]
Aan M. Kijl
Onbekende Gracht 3
[Rechterkolom: Aanteekeningen Inspecteur]
[Doorgehaald met een groot kruis:]
Aan oproepingen
geen gevolg gegeven
Intrekken
28-10-'40
de Haan
[Daaronder:]
Verzoekt 4 weken
uitstel om zoo
mogelijk bedrijf
om te schakelen
H. Hiensch
advies s.v.p. p. 31/10 '40
28-10-'40
de Haan
Geb. p 4/11 Dit document is een administratieve vastlegging van de marktinspectie in Amsterdam betreffende Mozes Kijl, een Joodse marktkoopman.
1. Aanleiding: Kijl werd opgeroepen omdat hij zijn vaste staanplaats (nummer 12) op de markt aan het Waterlooplein niet regelmatig bezette. Hij was hiervoor al in september 1940 gewaarschuwd.
2. Inspectieoordeel: Inspecteur De Haan stelt op 28 oktober 1940 aanvankelijk voor om de vergunning in te trekken ("Intrekken") omdat Kijl niet op de oproepen is verschenen.
3. Verzoek om uitstel: Deze beslissing wordt doorgehaald. Er is een nieuwe aantekening (mogelijk via een bemiddelaar genaamd Hiensch) dat Kijl om vier weken uitstel vraagt. De reden is "om zoo mogelijk bedrijf om te schakelen".
4. Terminologie: De term "omschakelen" is in de context van oktober 1940 beladen. Het duidt vaak op pogingen van Joodse ondernemers om hun bedrijfsvoering aan te passen aan de steeds strenger wordende anti-Joodse maatregelen van de bezetter, of om te proberen onder de verplichte registratie van Joodse ondernemingen uit te komen. Het document dateert uit de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. In oktober 1940 werd de verordening 189/40 van kracht, die de registratie van Joodse bedrijven verplichtte. Dit was de opmaat naar de onteigening ("arisering") of liquidatie van deze bedrijven.
Het Waterlooplein was het hart van de Joodse markt in Amsterdam. Mozes Kijl (geboren in 1891) woonde inderdaad op de Onbekende Gracht 3. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat hij en zijn gezin de oorlog niet hebben overleefd; Mozes Kijl werd in juli 1943 vermoord in Sobibor. Dit document toont de bureaucratische druk waaronder Joodse kleine zelfstandigen in de beginfase van de vervolging kwamen te staan, waarbij zelfs het niet bezetten van een marktkraam direct leidde tot dreiging met intrekking van de bestaansmiddelen.