Officiële brief/circulaire van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/circulaire van de gemeente Amsterdam. 10 juli 1941. De Regeeringscommissaris voor Amsterdam (Edward Voûte). GEMEENTE AMSTERDAM
Afd. Alg. Zaken
No. 100/230 A.Z.1941
Bijlagen: 1
Amsterdam, 10 Juli 1941.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
[Stempel: Nº 1 / 7 / 2 M. 1941 12/7] [Handgeschreven notities en paraaf]
Bij schrijven van den Burgemeester van 30 Mei 1940, Afd. Algemeene Zaken, No. 100/1 - 1940, werd U medegedeeld, dat een commissie voor het contact met de Duitsche autoriteiten was ingesteld.
Bedoelde contactcommissie is bij mijn besluit van heden opgeheven. Een afschrift van dat besluit is hierbij gevoegd. In verband hiermede zijn de in voormeld schrijven vervatte regelen thans vervallen.
Indien U ten aanzien van eenige aangelegenheid, Uw diensttak rakende, contact met de Duitsche autoriteiten behoeft, gelieve U zich voortaan rechtstreeks tot mij te wenden.
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
[Handtekening: Voûte]
Aan Hoofden van Diensten,
Bedrijven en Administratiën,
Chefs van afdeelingen ter
Gemeentesecretarie.
Model G.A.
5000-4-'41 Dit document markeert een belangrijke administratieve verandering in het bestuur van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernboodschap is de opheffing van de speciale 'contactcommissie' die kort na de Duitse inval in mei 1940 was opgericht om het contact tussen het gemeentebestuur en de bezetter te kanaliseren.
Vanaf dit moment (juli 1941) moesten alle gemeentelijke afdelingen voor zaken die de Duitse autoriteiten betroffen direct contact opnemen met de 'Regeeringscommissaris'. Dit wijst op een verdere centralisatie van de macht en een strakkere regie over de contacten met de bezetter. Het gebruik van de titel "Regeeringscommissaris" in plaats van "Burgemeester" is veelzeggend voor de bestuurlijke situatie in die periode. In het voorjaar van 1941, na de Februaristaking, grepen de Duitse bezetters harder in bij het bestuur van de grote steden. De democratisch gekozen burgemeester Willem de Vlugt was al eerder afgezet. Edward Voûte werd door de Duitsers aangesteld als regeringscommissaris, een functie die in de praktijk neerkwam op die van burgemeester, maar met een directe verantwoordelijkheid aan de bezettingsmacht.
Het opheffen van de commissie en het centraliseren van de contacten bij Voûte zelf paste in het beleid van 'Gelijkschakeling' en efficiënte controle. Het zorgde ervoor dat ambtenaren niet langer via een intermediaire commissie werkten, maar dat alle communicatie met de Duitsers direct onder het oog en de verantwoordelijkheid van de pro-Duitse stadsbestuurder kwam te vallen. Na de oorlog werd Voûte vanwege zijn collaboratie veroordeeld tot een gevangenisstraf. Gemeente Amsterdam