Dienstbrief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief van de Gemeente Amsterdam. 2 mei 1941. De Regeeringscommissaris voor Amsterdam (Edward Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). P/B. Nº 1/34/1 M.1941 3/s
G E M E E N T E A M S T E R D A M.
No. 815 Arb. 1941.
AMSTERDAM, 2 Mei 1941.
[Handgeschreven paraaf/notitie rechtsboven: az / [onleesbaar]]
Binnenkort zal door de Stichting Winterhulp Nederland een loterij worden gehouden ten bate van het werk der Stichting. Genoemde Stichting zal Uw medewerking inroepen voor wat betreft den verkoop van loten onder het personeel van Uw diensttak.
In verband hiermede verzoek ik deze medewerking volledig te verleenen en alle leden van Uw personeel in de gelegenheid te stellen een lot te koopen.
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
[Handgeschreven handtekening: Voûte]
de Gemeentesecretaris,
[Handgeschreven handtekening: J. F. Franken.]
Aan Heeren Hoofden van
Administratiën, diensten
en bedrijven.
============== * Taal en Stijl: Het document is geschreven in formeel ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (zoals den verkoop, verleenen, koopen). De toon is die van een dwingend verzoek, kenmerkend voor de hiërarchische structuur van het bezettingsbestuur.
* Inhoud: De brief instrueert afdelingshoofden van de gemeente Amsterdam om actief mee te werken aan de verkoop van loten voor Winterhulp Nederland (WHN) onder hun personeel. Hoewel het woord "verzoek" wordt gebruikt, liet de politieke context van 1941 weinig ruimte voor weigering.
* Ondertekening: De brief is ondertekend door Edward Voûte in zijn hoedanigheid als 'Regeeringscommissaris'. Voûte was door de Duitse bezetter aangesteld als vervanger van de democratisch gekozen burgemeester. De mede-ondertekening door gemeentesecretaris J.F. Franken toont hoe het reguliere ambtelijke apparaat werd ingezet voor de doelstellingen van de bezetter. Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Winterhulp Nederland (WHN) werd in oktober 1940 door de rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart opgericht naar Duits voorbeeld (Winterhilfswerk). Het doel was om alle particuliere en kerkelijke liefdadigheidsinstellingen te vervangen door één nationaalsocialistische organisatie. WHN was echter zeer onpopulair bij de Nederlandse bevolking, omdat men wist dat het geld deels werd gebruikt voor nazipropaganda en omdat men de gelijkschakeling van de zorg afwees.
De tekst illustreert de zogenaamde "ambtelijke collaboratie": de manier waarop het bestaande Nederlandse overheidsapparaat werd gedwongen of bewogen om mee te werken aan de uitvoering van het beleid van de bezetter. Door de lotenverkoop via de hoofden van diensten te laten lopen, werd er een grote sociale en professionele druk op ambtenaren uitgeoefend om financieel bij te dragen aan een organisatie waar de meerderheid van de bevolking ideologisch op tegen was.