Handgeschreven verzoekschrift / brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / brief. Gedateerd 6 augustus 1941 (in de tekst) en geboortedatum afzender 11 april 1906. Een bewoner van de Marnixstraat 189-III te Amsterdam (naam niet expliciet vermeld onderaan, waarschijnlijk een marktkoopman/venter). [Linkerkolom]
Te hooren ik heb al geprobeerd een
vertrouwd compaenon te vinden maar ja
dat moet je maar eerst ondervinden of
het wel vertrouwd is maar ik wil liever
voor mijn eigen werken Nu wou ik vragen
of ik niet in het bezit kon komen
van een Aard. Groenten en fruit
Erkennings kaart daar ik het met mijn
vrouw ook wel af kan daar zij ons steeds
hielp met verkoopen op de markt
Dus ziet u eens wat u voor mijn doen
kunt daar dit toch ook niets is om maar
te blijven steun te trekken Ik heb nu van
6 Augustus 1941 steun ik ben begonnen in de
planten begin April 1941 dus dat is alleen maar
seizoen werk als ik het nu kan krijgen een
Erkennings kaart dan kan ik weer gaan
handelen maar niet van steun te blijven
leven als je van huis uit koopman bent
ik ben in het bezit van een ventvergunning
marktplaats vergunning en een kopers kaart
[Rechterkolom]
Als ik nu een Erkennings kaart krijg dan
hoef ik niet meer 9 maanden van het jaar
steun te blijven trekken en wij hebben een
heel ander leven want wat is nu niets
doen als je wil en je mag niet je zit
elkaar maar aan te kijken Dus mijnheer
probeert u het eens misschien lukt het
want dan is het weer heel ander leven als
je wat verdienen kan ik en mijn vrouw
zullen het wel klaar spelen Ik heb een
ongeval met mijn arm gehad daar ik niet
de volle honderd procent kracht meer heb
ben ik onvolwaardig want werken bij een
patroon ken ik niet ik ben 35 jaar oud
dus mijnheer kijkt u eens wat u voor mijn
doen kunt
Mijne Dank
W. Burgemeester
geb. 11-4-1906
Marnixstraat 189 III voor
Adam [Amsterdam]
[Aantekeningen onderaan/kantlijn]
Linksonder in kader: VV. niet in 1941 opn. verleend.
Rechtsonder: Serie 4/186. Sinds begin of potplanten planten De brief is een indringend en persoonlijk verzoek van een 35-jarige Amsterdammer die tracht zijn economische zelfstandigheid te herwinnen tijdens de Duitse bezetting. De schrijver ervaart het afhankelijk zijn van "de steun" (werkloosheidsuitkering) als moreel belastend en demotiverend ("je zit elkaar maar aan te kijken").
De kern van het betoog is dat de schrijver een vakman is ("van huis uit koopman") die door de geldende restricties niet volledig aan het werk kan. Hij voert een fysieke beperking aan (een armletsel waardoor hij niet "100 procent" kan werken voor een baas) als extra reden waarom hij als zelfstandige moet kunnen opereren. Hij beschikt al over diverse vergunningen, maar mist de cruciale 'Erkenningskaart' voor de handel in levensmiddelen.
De schrijfstijl is volks en direct, met kleine spelfouten ("compaenon", "Adam"), wat getuigt van een afzender die met de handen werkt maar zeer vastberaden is om voor zijn eigen inkomen te zorgen. Dit document dateert uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de distributie van schaarse goederen, waaronder aardappelen, groenten en fruit, steeds strenger gereguleerd door de bezetter via diverse 'Bedrijfschappen'. Een 'Erkenningskaart' was noodzakelijk om legaal handel te mogen drijven in deze producten.
De opmerking in de kantlijn ("VV. niet in 1941 opn. verleend") wijst op de bureaucratische afhandeling door de gemeente Amsterdam. Het suggereert dat de ventvergunning (VV) dat jaar niet opnieuw was toegekend, wat de noodzaak van de schrijver verklaart. De brief biedt een uniek inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van de Amsterdamse beroepsbevolking onder het regime van distributie en werkloosheidsbestrijding tijdens de Tweede Wereldoorlog.