Dienstverslag / Rapportage.
Origineel
Dienstverslag / Rapportage. 3 oktober 1941. Een beambte van het Marktwezen (ondertekend door Sipkema). De Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. No 21/21/1 M.1941 1/10
Rapport.
Op Vrijdag 3 October 1941 in de Beitelhaven
a/d Brandstoffenmarkt no 6 in lossing
aangetroffen 3 Dekschuiten van de A.B.A.
De brandstof van alle 3 schuiten was
bestemd v/d melkfabriek „Sterel” en werd
niet opgeslagen v/d terreinen van de A.B.A.
maar in de opslagplaats van genoemde fabriek.
Volgens Art.: 3 rd verordening v/d heffing en
invordering van markt-, standplaatsen,
kade- en bruggelden, verzocht ik op het afdelingskantoor
v/d A.B.A. a/d Beitelkade het verschuldigde
marktgeld. De afdelingschef weigerde te
betalen, ook mede op aandrang van een
aanwezige chef van genoemde afdelingschef.
Deze chef verklaarde op diverse plaatsen in de
Stad aan verschillende Brandstoffenmarkten schuiten
te lossen, bestemd voor industriële doeleinden;
waarvoor nooit marktgeld werd betaald.
Het verschuldigde marktgeld, wat nog niet
is geïnd, bedraagt:
Schuit no 54 = 33 x 2 ½ ct. f -.82 ½
" " 36 = 22 x 2 ½ " = f -.55
" " 64 = 37 x 2 ½ " = f -.92 ½
----------
Totaal f 2.30
Daar dit een groot lichaam betreft heb ik de
schuiten rustig laten lossen. Wel hoop ik
dat de betrokken afdeling via zijn hoofdkantoor
opdracht zal krijgen alsnog bovengenoemd
bedrag aan mij te betalen.
Aan den Heer Amsterdam
Inspecteur 3 October 1941.
v/h [Signatuur: Sipkema]
Marktwezen.
[In de linker marge geschreven:]
Zie ook
rapport
10-10-’41
Afdoen Het document betreft een ambtelijk rapport over een belastinggeschil. De kern van de zaak is de interpretatie van de marktverordening. De controleur stelt dat er marktgeld (liggeld/kade-geld) betaald moet worden omdat de schepen lossen aan de openbare kade. De tegenpartij, de A.B.A. (waarschijnlijk de Amsterdamsche Brandstoffen Associatie), weigert dit. Zij beroepen zich op het feit dat de brandstof een industriële bestemming heeft (Melkfabriek Sterel) en dat zij op andere locaties in de stad voor dergelijke leveringen nooit hoeven te betalen.
Opvallend is de diplomatieke houding van de ambtenaar: hij laat de lossing doorgaan om de werkzaamheden van een "groot lichaam" (een grote organisatie) niet te verstoren, maar escaleert de vordering naar zijn superieur om de administratieve afhandeling via het hoofdkantoor af te dwingen. Het bedrag waar het om gaat is 2 gulden en 30 cent. * Tijdsperiode: Het rapport is geschreven in oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog niet direct genoemd wordt, was de distributie van brandstoffen in deze periode strikt gereguleerd en van vitaal belang voor de voedselvoorziening (zoals de melkfabriek).
* Locatie: De Beitelhaven was een zijhaven van de Amstel nabij de Omval in Amsterdam-Oost. Dit was een industrieel gebied waar veel overslag van kolen en brandstoffen plaatsvond.
* Betrokken bedrijven: Melkfabriek Sterel was een bekende stoomzuivelfabriek aan de Weesperzijde/Omval. De A.B.A. was een belangrijke speler in de Amsterdamse kolenhandel.
* Administratieve context: De aantekening in de marge ("Afdoen") en de verwijzing naar een rapport van een week later suggereren dat dergelijke kleine geschillen vaker voorkwamen en ambtelijk werden afgehandeld.