Ambtelijke notitie / intern memo.
Origineel
Ambtelijke notitie / intern memo. 15 augustus 1941. L. Scheffer
Hoofd Stadsontwikkeling
Plan bij van Wilgenweg als straten
met stedeb. handteek. opgeplakt.
Brandstoffenhandel A B A
welke erfpachtterrein heeft
aan Buiksloterkanaal
bezwaren ingebracht bij Gedep.
Staten.
(Menschen die komen halen
zouden moeten omlopen)
Kan aan Ranonkelkade
plaats worden gegeven?
Contr. Brandst. markt
Noord
Kan A. B. A. schuiten
leggen vóór Ranonkelkade?
15-8-41
z.o.z. H. D. 15/8 '41 Het document bevat handgeschreven aantekeningen over een stedenbouwkundige kwestie in Amsterdam-Noord tijdens de Tweede Wereldoorlog. De tekst is opgebouwd uit twee delen: een beschrijvend deel in donkere inkt en een vragend/sturend deel in blauwe inkt.
- Locatieproblematiek: De Brandstoffenhandel A.B.A. heeft een terrein aan het Buiksloterkanaal op basis van erfpacht. Er zijn bezwaren ingediend bij de Gedeputeerde Staten (provinciaal niveau) over nieuwe plannen bij de Wilgenweg.
- Toegankelijkheid: Een praktisch probleem wordt gesignaleerd: klanten ("menschen die komen halen") zouden door de nieuwe indeling moeten omlopen, wat de handel belemmert.
- Voorgestelde oplossing: In de blauwe inkt wordt een alternatieve locatie geopperd: de Ranonkelkade. Er wordt specifiek gevraagd of de schuiten van het bedrijf daar kunnen aanmeren.
- Administratie: De vermelding "Contr. Brandst. markt" (Controle Brandstoffenmarkt) verwijst naar de instantie die tijdens de bezetting toezicht hield op de distributie van schaarse brandstoffen. De datum (augustus 1941) plaatst dit document midden in de Duitse bezetting. Brandstofvoorziening was op dat moment een kritieke kwestie vanwege de rantsoenering. L. Scheffer, wiens naam bovenaan staat, was een prominente ambtenaar bij de afdeling Stadsontwikkeling van de gemeente Amsterdam, die destijds onder leiding stond van Cornelis van Eesteren (bekend van het Algemeen Uitbreidingsplan).
De genoemde locaties (Wilgenweg, Buiksloterkanaal, Ranonkelkade) liggen in de Bloemenbuurt en de Vogelbuurt in Amsterdam-Noord, een gebied dat in die jaren volop in ontwikkeling was. Het document illustreert hoe gedetailleerd de bemoeienis van de overheid was met de fysieke inrichting van de stad en de bedrijfsvoering van essentiële handelaren in oorlogstijd. De afkorting 'z.o.z.' (zie ommezijde) duidt op een vervolg van de notitie op de achterkant van het blad.