Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 1 juni 1941 (afgeleid van de stempel "1.1941 6/1"). Sal. Nebig, Vespuccistraat 88-II, Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. No 24 / I / I M. 1941 6/1
Aan den Wel. Edl. Heer
Directeur van het Marktwesen
te Amsterdam.
Wel. Edl. Heer.
Ondergetekende heeft sinds jaren een
vaste plaats op het Amstelveld, waar ik elke Maandag
sigaren verkoop.
Door de weinig sigaren en van de markt te hogen
prijzen der sigaren, is het mij onmogelijk, voor-
loopig mijn vaste plaats te bezetten.
Zoo had ik gaarne, dat U mij voorlopig schorst
van mijn plaats.
Want zoodra ik weer voldoende sigaren heb,
zou ik gaarne weer mijn plaats willen bezetten.
Hopende dat U Edl. mijn verzoek
inwilligt verblijf ik met de
meeste Hoogachting.
Sal. Nebig
Vespuccistraat 88 II
A’dam (W). In deze brief verzoekt de heer Sal. Nebig om een tijdelijke ontheffing of schorsing van zijn vaste staanplaats op de maandagmarkt op het Amstelveld in Amsterdam. De reden die hij hiervoor opgeeft is tweeledig: een tekort aan aanbod (schaarste aan sigaren) en de hoge inkoopprijzen op de markt, waardoor de exploitatie van zijn stalletje op dat moment niet rendabel of mogelijk is. Hij spreekt de wens uit om zijn plaats weer in te nemen zodra de voorraadpositie verbetert. De brief is formeel en beleefd van toon, passend bij de administratieve correspondentie met een gemeentelijke instantie in die tijd. Dit document stamt uit juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De schaarste aan genotsmiddelen zoals tabak begon in deze periode nijpend te worden door de haperende aanvoer en de invoering van het distributiestelsel (bonnen).
De naam van de afzender, Sal. (Salomon) Nebig, is historisch significant. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Salomon Nebig een Joodse marktkoopman was. Ten tijde van deze brief namen de anti-Joodse maatregelen van de bezetter in Amsterdam snel toe. Hoewel de brief puur economische redenen aanvoert (gebrek aan sigaren), vond dit plaats tegen een achtergrond waarin Joodse ondernemers steeds verder in het nauw werden gedreven. Salomon Nebig is, samen met zijn gezin, in 1943 weggevoerd en vermoord in Sobibor. Dit geeft dit schijnbaar eenvoudige administratieve briefje een tragische historische lading.