Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 116
Dossier 23
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (afschrift) van de Dienst der Stadsreiniging Amsterdam aan de Wethouder voor Gemeentebedrijven.

7 juni 1941.

Origineel

Getypte brief (afschrift) van de Dienst der Stadsreiniging Amsterdam aan de Wethouder voor Gemeentebedrijven. 7 juni 1941. No.24/7/1 M.1941 12/6 AFSCHRIFT. M. de Haan b.h.

No.607 L.M.1941 No.584 G.B.1941.
STADSREINIGING AMSTERDAM.

                               Den Heer Wethouder v/d
                                   Gemeentebedrijven,
                                   Raadhuis,
                                   Alhier.

No.2252 S.R.Doss.No.7/48 Datum: 7 Juni 1941.

    Bij besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 21 Januari

1938 No.1105 G.B.1937, werd het toiletgebouwtje op het Amstelveld
voorloopig gesloten.
Voor zoover mij bekend heeft dit besluit geen aanleiding tot
klachten gegeven; uitgezonderd in de eerste weken na de sluiting,
schijnt het marktpubliek de inrichting niet hinderlijk te missen.
Waar het gebouwtje in geen al te goeden staat verkeert en de
omgeving ontsiert, zou ik U willen voorstellen tot definitieve
sluiting over te gaan en de inrichting te sloopen.
In de urinoir-commissie, bestaande uit 2 ambtenaren van
Publieke Werken en één ambtenaar van de Politie, onder voorzitter-
schap van den Hoofdingenieur van mijn dienst W.A.G. Westrate, is
deze zaak besproken; er bestond tegen de definitieve opheffing
geen bezwaar.

                             De Directeur der Stadsreiniging,

                                     w.g. A.M.Noppen.

Kennisgenomen:
De Directeur van het Marktwezen
w.g.C.F.Sixma,
wnd. In dit document adviseert de Directeur van de Stadsreiniging (A.M. Noppen) de wethouder om een publiek toiletgebouwtje op het Amstelveld af te breken. Het gebouwtje was al drie jaar (sinds januari 1938) "voorlopig" gesloten.

De argumentatie is helder en pragmatisch:
1. Gebrek aan noodzaak: Er zijn nauwelijks klachten binnengekomen over de eerdere tijdelijke sluiting, wat impliceert dat het marktpubliek de voorziening niet nodig heeft.
2. Staat van onderhoud: Het gebouw is in slechte staat en wordt beschouwd als een visuele belasting ("ontsiert") voor de omgeving.

Interessant is de vermelding van de "urinoir-commissie". Dit was een officieel overlegorgaan waarin ambtenaren van Publieke Werken, de Politie en de Stadsreiniging samenkwamen om te beslissen over de plaatsing en het onderhoud van openbare toiletten in de stad. Het feit dat zo'n commissie bestond, toont de gedetailleerde bureaucratische aanpak van de Amsterdamse openbare ruimte in de eerste helft van de 20e eeuw. De brief is geschreven in juni 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog de prioriteiten in de stad ingrijpend veranderde, bleven de civiele diensten zoals de Stadsreiniging en Marktwezen hun reguliere taken uitvoeren. De ondertekenaar, Anthonie Noppen, was een bekende figuur in Amsterdam; hij was verantwoordelijk voor grote verbeteringen in de afvalverwerking en werd later bekend door het ontwerp van de "Noppen-koker" (een efficiënt noodkacheltje) tijdens de Hongerwinter.

Het Amstelveld is een plein aan de Prinsengracht waar vanouds markten worden gehouden (vandaag de dag vooral bekend om de plantenmarkt). De verwijdering van publieke voorzieningen zoals dit toiletgebouwtje past in een bredere ontwikkeling waarbij verouderde, vaak onhygiënische kleine nutsgebouwtjes uit het stadsbeeld verdwenen ten gunste van modernere oplossingen of simpelweg sanering van de openbare ruimte.

Samenvatting

In dit document adviseert de Directeur van de Stadsreiniging (A.M. Noppen) de wethouder om een publiek toiletgebouwtje op het Amstelveld af te breken. Het gebouwtje was al drie jaar (sinds januari 1938) "voorlopig" gesloten.

De argumentatie is helder en pragmatisch:
1. Gebrek aan noodzaak: Er zijn nauwelijks klachten binnengekomen over de eerdere tijdelijke sluiting, wat impliceert dat het marktpubliek de voorziening niet nodig heeft.
2. Staat van onderhoud: Het gebouw is in slechte staat en wordt beschouwd als een visuele belasting ("ontsiert") voor de omgeving.

Interessant is de vermelding van de "urinoir-commissie". Dit was een officieel overlegorgaan waarin ambtenaren van Publieke Werken, de Politie en de Stadsreiniging samenkwamen om te beslissen over de plaatsing en het onderhoud van openbare toiletten in de stad. Het feit dat zo'n commissie bestond, toont de gedetailleerde bureaucratische aanpak van de Amsterdamse openbare ruimte in de eerste helft van de 20e eeuw.

Historische Context

De brief is geschreven in juni 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog de prioriteiten in de stad ingrijpend veranderde, bleven de civiele diensten zoals de Stadsreiniging en Marktwezen hun reguliere taken uitvoeren. De ondertekenaar, Anthonie Noppen, was een bekende figuur in Amsterdam; hij was verantwoordelijk voor grote verbeteringen in de afvalverwerking en werd later bekend door het ontwerp van de "Noppen-koker" (een efficiënt noodkacheltje) tijdens de Hongerwinter.

Het Amstelveld is een plein aan de Prinsengracht waar vanouds markten worden gehouden (vandaag de dag vooral bekend om de plantenmarkt). De verwijdering van publieke voorzieningen zoals dit toiletgebouwtje past in een bredere ontwikkeling waarbij verouderde, vaak onhygiënische kleine nutsgebouwtjes uit het stadsbeeld verdwenen ten gunste van modernere oplossingen of simpelweg sanering van de openbare ruimte.

Locaties

Amsterdam.