Officieel memo/bijblad (Alg. Zaken Model No. 14).
Origineel
Officieel memo/bijblad (Alg. Zaken Model No. 14). 14 juli 1941. [Gedrukt kader linksboven]
B I J B L A D V A N :
M. No. 24 / U / 1 1941 [handgeschreven over 193..]
DOORGEZONDEN: 14/7 1941.
[Rechtsboven handgeschreven/stempel]
622
vraagt vervanging
door Th. Dijkema [?]
Marktambtenaar
Contrôleur
om advies/om rapport/ter kennisneming.
naam en leeftijd van
assistent
7-7-41
deltaar [?]
[Centrale tekst, handgeschreven]
Aan Den Heer
Inspecteur.
H.i. kunt U aan bijgaand
verzoek voldoen, met uitdrukkelijk
vermeld: „dat aanvraagster geregeld
aanwezig moet zijn.”
Naam van aangevraagde assistent
is: Philip Waas geb.: 22 Jan.: 1904.
[Linksonder handgeschreven]
Aan Mevr. Polak-Muckel kan
m.i. worden toegestaan zich
tot wederopzegging op haar plaats
op de markt Amstelveld te mogen
laten assisteren - niet vervangen -
door Ph. Waas, geb. 22 Jan 1904.
[Rechtsonder]
Amsterdam
14 Juli 1941.
[Paraaf]
18/7 '41 HS
24/8 2
Acc.
middels. assistent
16-7-41
[Paraaf]
JvdS 17/7 '41
[Voettekst]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een ambtelijke afhandeling van een verzoek van een marktkoopvrouw, Mevr. Polak-Muckel. Zij vraagt toestemming om zich op haar staanplaats op de markt aan het Amstelveld te laten bijstaan door Philip Waas (geboren 22 januari 1904).
De ambtenaar adviseert de Inspecteur dat het verzoek kan worden ingewilligd, maar onder de strikte voorwaarde dat de aanvraagster zelf regelmatig aanwezig blijft. Er wordt expliciet onderscheid gemaakt tussen 'assisteren' en 'vervangen'; volledige vervanging wordt niet toegestaan. De diverse data en parafen (variërend van 7 juli tot 24 augustus 1941) tonen de bureaucratische gang van het document door verschillende afdelingen van het marktwezen in Amsterdam. Het document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdam was in deze periode onderworpen aan steeds strengere beperkingen van de bezetter, met name gericht tegen de Joodse bevolking. De namen 'Polak' en 'Waas' wijzen mogelijk op een Joodse achtergrond van de betrokkenen.
In 1941 werden Joodse marktkooplieden en hun assistenten onderworpen aan verscherpt toezicht en uiteindelijk uitsluiting van de algemene markten. De nadruk in de tekst op "geregeld aanwezig zijn" en de strikte scheiding tussen assistentie en vervanging past binnen de toenemende regulering en controle van de economische activiteiten van burgers tijdens de bezetting. Het Amstelveld was destijds een belangrijke locatie voor de Amsterdamse weekmarkten.