Dienstverslag / Rapport van de Inspectie van de Marktwegen Amsterdam.
Origineel
Dienstverslag / Rapport van de Inspectie van de Marktwegen Amsterdam. 24 november 1941. [Stempel linksboven:] № 24/19/M.1941 24/11
[Aantekeningen rechtsboven in potlood en pen:] Secretariaat f.a. / Hoofdopz. f.a. / 959
[Paraaf in rood:] Strijps
Rapport
Op Maandag 24 November 1941 kwam
Meijerink zich beklagen, dat hij van een
agent in uniform zijn geiten de markt
moet verwijderen, daar hij anders een proces-
verbaal kreeg. Volgens de betrokken agent mogen
op last van het bureau Raadhuisstraat geen geiten
en bokken op het Amstelveld verhandeld worden.
Daar waren klachten op het bureau gekomen [?]
omtrent dezen handel. Ik heb deze aangelegen-
heid als een met den weled. Inspecteur den
Hr. v. Deuinkom besproken, omdat mij bekend
is, dat bij A.P.V. het verboden is. Hr. v. Deuinkom
gaf te kennen dat het als oude traditie op
het Amstelveld geoorloofd was.
Aan Den Heer [Rechts:] Amsterdam,
Inspecteur 24 November 1941.
v/h Marktwezen. [Handtekening:] Boersema
[Onderste gedeelte van het document, in ander handschrift:]
art. 4 Veewet verstaat onder vee:
alle herkauwende en eenhoevige dieren.
—
art. 5 regelt Verkoop op Veemarkten
en
K. besluit 23/2 1922 S. 76
zegt: dat in gemeenten waar vee-
markten worden gehouden, het terrein
moet worden aangewezen, waarbinnen
bij uitsluiting van ieder ander terrein
veemarkt mag worden gehouden: in A'dam
derhalve uitsluitend Veemarkt Zeeburgerdijk D 16/12 41
[Aantekening in de linker marge:]
Opbergen
19-12-41
v.d. Meer Dit document beschrijft een conflict tussen lokale markttradities en formele wetgeving in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. Een handelaar genaamd Meijerink wordt door een politieagent gesommeerd zijn geiten van het Amstelveld te verwijderen. De politie beroept zich op bevelen van het hoofdbureau aan de Raadhuisstraat na klachten uit de buurt.
Interessant is de interne frictie bij de gemeente: Inspecteur Boersema erkent dat de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) de verkoop verbiedt, maar zijn superieur, Inspecteur van Deuinkom, wijst op de "oude traditie" die deze handel op het Amstelveld gedoogde.
De toevoeging onderaan het document fungeert als een juridische onderbouwing om aan de onduidelijkheid een einde te maken. Door de Veewet en een Koninklijk Besluit uit 1922 aan te halen, wordt vastgesteld dat vee (waaronder geiten vallen) in Amsterdam uitsluitend op de daarvoor aangewezen Veemarkt aan de Zeeburgerdijk verhandeld mag worden. De traditie van het Amstelveld wordt hiermee juridisch overruled. Het document dateert uit november 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting. Hoewel het onderwerp (geitenhandel) triviaal lijkt, past het in een bredere context van toenemende regulering en handhaving door de overheid in die periode.
De markt op het Amstelveld was van oudsher een plek voor de handel in kleine dieren en planten. Echter, de noodzaak voor hygiëne, registratie van vee (mede vanwege de distributie en voedselvoorziening tijdens de oorlog) en centrale controle zorgde ervoor dat dergelijke "traditionele" markten steeds vaker werden ingeperkt ten gunste van gecentraliseerde locaties zoals de Veemarkt aan de Zeeburgerdijk. De uiteindelijke archivering op 19 december 1941 suggereert dat de zaak hiermee was afgedaan en de handel op het Amstelveld definitief verboden bleef.