Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 175
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke brief (doorslag van een verzonden stuk).

25 februari 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke instantie te Amsterdam). Aan: Den Heer J. Koordes, Albert Cuypstraat 205 I, Amsterdam-Zuid.

Origineel

Ambtelijke brief (doorslag van een verzonden stuk). 25 februari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke instantie te Amsterdam). Den Heer J. Koordes, Albert Cuypstraat 205 I, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven, schuin:] Verzonden 25/2

[Handgeschreven, rechtsboven:] m. de lener

[Getypt, rechtsboven:] HG.

den Heer J. Koordes,
Albert Cuypstraat 205 I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.

25/2/2 M. 25 Februari 1941.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 31 December jl. verleen
ik U hierbij vrijstelling van Uw verplichting om regelmatig Uw
plaats op de markt Albert Cuypstraat te bezetten gedurende den tijd
dat U in Frankrijk werkt.

U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tij-
dens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij
den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.

De Directeur, Deze brief is een formeel besluit van de Amsterdamse marktautoriteit. De heer J. Koordes, een marktkoopman op de Albert Cuypmarkt, krijgt officieel toestemming om zijn standplaats tijdelijk niet zelf te bemannen. De reden voor deze vrijstelling is dat hij werkzaamheden verricht in Frankrijk.

De autoriteiten stellen echter een strikte voorwaarde: het wekelijkse marktgeld (de staanplaatsvergoeding) moet ononderbroken worden doorbetaald aan de ambtenaar op de markt. Hiermee wordt voorkomen dat de standplaats als 'vervallen' wordt beschouwd en aan iemand anders wordt toegewezen. De brief toont de bureaucratische afhandeling van marktvergunningen in een tijd waarin strikte reglementen golden voor de bezettingsgraad van de Amsterdamse markten. Het document dateert van februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De opmerking dat de geadresseerde "in Frankrijk werkt" is historisch interessant. In deze periode vertrokken Nederlanders soms naar Frankrijk of Duitsland voor werk, vaak aangestuurd door de Gewestelijke Arbeidsbureaus vanwege de grote werkloosheid in Nederland of als onderdeel van de vroege (en destijds vaak nog gepresenteerd als vrijwillige) arbeidsinzet voor de Duitse oorlogsindustrie en wederopbouwprojecten in bezet gebied.

De Albert Cuypmarkt was in 1941 al een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Voor een marktkoopman was het behouden van zijn plek van levensbelang voor zijn nering na terugkeer. Het document weerspiegelt de voortzetting van het civiele bestuur en de marktregulering onder de bezettingsomstandigheden.

Samenvatting

Deze brief is een formeel besluit van de Amsterdamse marktautoriteit. De heer J. Koordes, een marktkoopman op de Albert Cuypmarkt, krijgt officieel toestemming om zijn standplaats tijdelijk niet zelf te bemannen. De reden voor deze vrijstelling is dat hij werkzaamheden verricht in Frankrijk.

De autoriteiten stellen echter een strikte voorwaarde: het wekelijkse marktgeld (de staanplaatsvergoeding) moet ononderbroken worden doorbetaald aan de ambtenaar op de markt. Hiermee wordt voorkomen dat de standplaats als 'vervallen' wordt beschouwd en aan iemand anders wordt toegewezen. De brief toont de bureaucratische afhandeling van marktvergunningen in een tijd waarin strikte reglementen golden voor de bezettingsgraad van de Amsterdamse markten.

Historische Context

Het document dateert van februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De opmerking dat de geadresseerde "in Frankrijk werkt" is historisch interessant. In deze periode vertrokken Nederlanders soms naar Frankrijk of Duitsland voor werk, vaak aangestuurd door de Gewestelijke Arbeidsbureaus vanwege de grote werkloosheid in Nederland of als onderdeel van de vroege (en destijds vaak nog gepresenteerd als vrijwillige) arbeidsinzet voor de Duitse oorlogsindustrie en wederopbouwprojecten in bezet gebied.

De Albert Cuypmarkt was in 1941 al een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Voor een marktkoopman was het behouden van zijn plek van levensbelang voor zijn nering na terugkeer. Het document weerspiegelt de voortzetting van het civiele bestuur en de marktregulering onder de bezettingsomstandigheden.