Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 198
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

3 januari 1941. Van: N. Piller, Amstelkade 36 I 2.

Origineel

3 januari 1941. N. Piller, Amstelkade 36 I 2. No 25/8/1 M. 1941 6/1
A'dam 3 Jan '41.
m.i. Insp

Weled. Heer

Onderget. jarenlang
standplaats houdende op het
Waterlooplein en in de
"Alb. Cuypstr.", is door tijds-
omstandigheden genood-
zaakt u te verzoeken
een poosje uitstel te
krijgen, om die plaatsen
te moeten bezetten,
daar ik geen handel kan
vinden, om op het oogenblik
mijn plaatsen te bezetten.

Een gunstig antwoord
van u, in dank tegemoet
ziende
Verblijf ik achtend
N. Piller.
Amstelkade 36 I 2. De brief is een formeel verzoek van een ervaren marktkoopman, N. Piller, aan de autoriteiten. Piller beschikt over standplaatsen op de twee belangrijkste markten van Amsterdam: het Waterlooplein en de Albert Cuypstraat. Hij vraagt om uitstel van de verplichting om deze plaatsen fysiek te bezetten. De opgegeven redenen zijn de "tijdsomstandigheden" en het feit dat hij op dat moment "geen handel" kan vinden (mogelijk een tekort aan aanvoer van goederen of personeel). De brief is zakelijk en beleefd van toon, kenmerkend voor de communicatie met de overheid in die periode. De context van deze brief is de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In januari 1941 waren de anti-Joodse maatregelen van de bezetter al in volle gang. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt en de Joodse handel. De term "tijdsomstandigheden" is in dit licht veelzeggend: het verwijst indirect naar de toenemende restricties, de schaarste aan goederen en de groeiende onveiligheid voor Joodse Amsterdammers. De naam Piller is een bekende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam. Slechts enkele weken na deze brief zouden de spanningen op en rond het Waterlooplein escaleren, wat leidde tot de eerste grote razzia's en de daaropvolgende Februaristaking. Dit document is een tastbaar bewijs van hoe de bezetting en de economische ontwrichting diep ingrepen in het dagelijks bestaan van kleine zelfstandigen. N. Piller

Samenvatting

De brief is een formeel verzoek van een ervaren marktkoopman, N. Piller, aan de autoriteiten. Piller beschikt over standplaatsen op de twee belangrijkste markten van Amsterdam: het Waterlooplein en de Albert Cuypstraat. Hij vraagt om uitstel van de verplichting om deze plaatsen fysiek te bezetten. De opgegeven redenen zijn de "tijdsomstandigheden" en het feit dat hij op dat moment "geen handel" kan vinden (mogelijk een tekort aan aanvoer van goederen of personeel). De brief is zakelijk en beleefd van toon, kenmerkend voor de communicatie met de overheid in die periode.

Historische Context

De context van deze brief is de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In januari 1941 waren de anti-Joodse maatregelen van de bezetter al in volle gang. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt en de Joodse handel. De term "tijdsomstandigheden" is in dit licht veelzeggend: het verwijst indirect naar de toenemende restricties, de schaarste aan goederen en de groeiende onveiligheid voor Joodse Amsterdammers. De naam Piller is een bekende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam. Slechts enkele weken na deze brief zouden de spanningen op en rond het Waterlooplein escaleren, wat leidde tot de eerste grote razzia's en de daaropvolgende Februaristaking. Dit document is een tastbaar bewijs van hoe de bezetting en de economische ontwrichting diep ingrepen in het dagelijks bestaan van kleine zelfstandigen.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente Huishoudelijk: Pan Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen Razzia & Arrestatie