Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 207
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie).

20 januari 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Aan: Mw. B. Clarenburg-Hijman.

Origineel

Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie). 20 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Mw. B. Clarenburg-Hijman. extra
D/HG.

Mw. B. Clarenburg-Hijman,
Plantage Franschelaan 24,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.

25/9/2 M. 20 Januari 1941.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 8 Januari jl. bericht
ik U, dat aan het daarin vervatte verzoek niet kan worden voldaan.
U dient Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat regelmatig, dat wil
zeggen ten minste twee maal per week te bezetten, daar deze plaats
anders ingevolge de desbetreffende bepalingen van het Reglement op
de Markten zal worden ingetrokken!

De Directeur, Het document is een zakelijke en dwingende mededeling aan een markthoudster. De kern van de brief is de afwijzing van een verzoek dat Mw. Clarenburg-Hijman op 8 januari 1941 had ingediend. Hoewel de inhoud van haar verzoek niet expliciet wordt genoemd, blijkt uit de reactie dat zij waarschijnlijk om een ontheffing of tijdelijke afwezigheid van haar marktplaats op de Albert Cuypstraat had gevraagd.

De toon van de brief is bureaucratisch en onverbiddelijk. Er wordt gedreigd met het intrekken van de standplaatsvergunning ("zal worden ingetrokken!") als zij niet voldoet aan de minimumeis om de plek twee keer per week te bezetten, conform het 'Reglement op de Markten'. De uitroepteken aan het einde van de alinea benadrukt de ernst van de waarschuwing. De datum van de brief, 20 januari 1941, is zeer significant binnen de geschiedenis van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Slechts tien dagen voor deze brief, op 10 januari 1941, was Verordening 6/41 van kracht geworden, die de aanmeldingsplicht voor alle personen van "geheel of gedeeltelijk Joodsen bloede" regelde.

De geadresseerde, Mw. B. Clarenburg-Hijman, woonde in de Plantage Franschelaan (de huidige Henri Polaklaan), een straat in de Plantagebuurt die destijds een belangrijk centrum van de Joodse gemeenschap in Amsterdam was. De achternaam Hijman is bovendien een veelvoorkomende Joodse naam.

In deze periode werden Joodse ondernemers en marktkooplieden systematisch gedwarsboomd en uiteindelijk uit het economische leven geweerd. Hoewel de brief zich strikt beroept op de marktverordeningen, moet de weigering om flexibel om te gaan met de aanwezigheidsplicht gezien worden tegen de achtergrond van de toenemende restricties voor Joodse Amsterdammers. Het was voor Joodse kooplieden in deze tijd steeds moeilijker om hun handel te drijven door beperkingen in bewegingsvrijheid en de aanvoer van goederen. Deze brief illustreert hoe de bureaucratie werd ingezet om de druk op Joodse vergunninghouders te handhaven of op te voeren. B. Clarenburg Marktwezen

Samenvatting

Het document is een zakelijke en dwingende mededeling aan een markthoudster. De kern van de brief is de afwijzing van een verzoek dat Mw. Clarenburg-Hijman op 8 januari 1941 had ingediend. Hoewel de inhoud van haar verzoek niet expliciet wordt genoemd, blijkt uit de reactie dat zij waarschijnlijk om een ontheffing of tijdelijke afwezigheid van haar marktplaats op de Albert Cuypstraat had gevraagd.

De toon van de brief is bureaucratisch en onverbiddelijk. Er wordt gedreigd met het intrekken van de standplaatsvergunning ("zal worden ingetrokken!") als zij niet voldoet aan de minimumeis om de plek twee keer per week te bezetten, conform het 'Reglement op de Markten'. De uitroepteken aan het einde van de alinea benadrukt de ernst van de waarschuwing.

Historische Context

De datum van de brief, 20 januari 1941, is zeer significant binnen de geschiedenis van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Slechts tien dagen voor deze brief, op 10 januari 1941, was Verordening 6/41 van kracht geworden, die de aanmeldingsplicht voor alle personen van "geheel of gedeeltelijk Joodsen bloede" regelde.

De geadresseerde, Mw. B. Clarenburg-Hijman, woonde in de Plantage Franschelaan (de huidige Henri Polaklaan), een straat in de Plantagebuurt die destijds een belangrijk centrum van de Joodse gemeenschap in Amsterdam was. De achternaam Hijman is bovendien een veelvoorkomende Joodse naam.

In deze periode werden Joodse ondernemers en marktkooplieden systematisch gedwarsboomd en uiteindelijk uit het economische leven geweerd. Hoewel de brief zich strikt beroept op de marktverordeningen, moet de weigering om flexibel om te gaan met de aanwezigheidsplicht gezien worden tegen de achtergrond van de toenemende restricties voor Joodse Amsterdammers. Het was voor Joodse kooplieden in deze tijd steeds moeilijker om hun handel te drijven door beperkingen in bewegingsvrijheid en de aanvoer van goederen. Deze brief illustreert hoe de bureaucratie werd ingezet om de druk op Joodse vergunninghouders te handhaven of op te voeren.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen