Getypte brief (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen. 3 maart 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Linksboven, handgeschreven:]
Verzonden 3/3
[Rechtsboven, handgeschreven initialen/naam:]
G. de Boer [?]
[Rechtsboven, getypt:]
D/HG.
den Heer Secretaris van de Marktkoop-
liedenvereeniging "V.Z.O.D.",
Wijttenbachstraat 61,
Amsterdam-Oost.
Wijk 18.
[Links, getypt:]
25/25/2 M.
[Rechts, getypt:]
3 Maart 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 14 Februari jl. bericht
ik U, dat aan het daarin vervatte verzoek niet kan worden voldaan.
De Directeur,
[Onderaan, handgeschreven:]
uitstel bezetting plaats
voor A.H. da Silva Rosa Het document is een zakelijke afwijzing van een verzoek dat op 14 februari 1941 was ingediend door de marktkoopliedenvereniging "V.Z.O.D." (mogelijk staande voor "Voor Zorg Of Dienst"). De kern van de brief is kort en formeel: het verzoek wordt niet gehonoreerd.
De handgeschreven aantekening onderaan is cruciaal voor de interpretatie. Hieruit blijkt dat het verzoek specifiek ging om "uitstel bezetting plaats voor A.H. da Silva Rosa". Dit duidt erop dat de betreffende marktkoopman een verzoek had ingediend om zijn toegewezen marktplaats later in gebruik te mogen nemen, wat door de directeur van het marktwezen werd geweigerd.
De datering (maart 1941) is veelzeggend. Dit is slechts enkele weken na de Februaristaking en in een periode waarin de Duitse bezetter de druk op de Joodse bevolking in Amsterdam fors opvoerde, inclusief beperkende maatregelen voor Joodse marktkooplieden. De naam A.H. da Silva Rosa verwijst naar Aron Heiman da Silva Rosa (geboren 1881), een Joodse marktkoopman in Amsterdam. In 1941 werden Joodse Amsterdammers systematisch uit het openbare leven en uit hun beroepen verdrongen. De weigering van een administratief verzoek voor uitstel van het bezetten van een marktplaats moet in dit licht worden gezien: de bureaucratie werd ingezet om het Joodse ondernemers onmogelijk te maken hun werk voort te zetten.
Kort na deze brief, in de loop van 1941, werden Joodse marktkooplieden verbannen van de reguliere markten en mochten zij alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan. Aron Heiman da Silva Rosa is uiteindelijk in 1943 in het vernietigingskamp Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een schakel in de administratieve voorgeschiedenis van de Holocaust in Nederland, waarbij alledaagse bureaucratische beslissingen bijdroegen aan de uitsluiting en uiteindelijke deportatie van Joodse burgers. G. de Boer Marktwezen