Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 299
Dossier 68
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtsnotitie / Administratieve aantekening (mogelijk van de Dienst van het Marktwezen).

11 juni 1941 en 20 juni 1941.

Origineel

Ambtsnotitie / Administratieve aantekening (mogelijk van de Dienst van het Marktwezen). 11 juni 1941 en 20 juni 1941. (Hoofdtekst)
B. de Haan
Dekker Alb. Amstelve. 108
Standplaats voor zijn deur
Koningstr(?); deze staat 4
dagen niet.
Vraagt of hij plaats mag
bezetten.
Beweert dat binnenkort
plaats bij zijn deur vrijkomt.
Vraagt daarvoor in aanmerking
te mogen komen.
Oude zaak. Vroeger
reeds van gemeentewege
rechten op bewuste plaats
ontkend & afgewezen.
Met De Haan besproken op
11 Juni '41
[Paraaf]

(Verticale tekst in de linker marge)
Koninck komt twee dagen per week (wo & za)
Dekker zich laten inschrijven voor de 4 dagen
losse plaats laten innemen - vóór zijn deur
20-6-41

(Diagonale tekst linksonder)
afgehandeld (?)
20-6-'41
Besproken
met chef-marktwezen

(Tekst onderaan)
V. Heurninck
Met oude stukken aan Insp. Dit document is een interne ambtelijke notitie betreffende een geschil of verzoek om een standplaatsvergunning. De heer Alb. Dekker, wonende aan de Amstelveenscheweg 108, wenst een standplaats te bezetten in de Koningstraat (waarschijnlijk Amsterdam-Zuid), direct voor zijn eigen deur.

Uit de aantekeningen blijkt dat de huidige standplaatshouder, ene Koninck, daar slechts twee dagen per week staat (woensdag en zaterdag). Dekker wil de overige vier dagen van de week opvullen. Er wordt expliciet vermeld dat dit een "oude zaak" is; Dekker heeft blijkbaar eerder geprobeerd rechten op deze plek te claimen, maar dit werd door de gemeente ("gemeentewege") afgewezen.

De notitie documenteert de voortgang: op 11 juni is er overleg met De Haan, en op 20 juni is de zaak besproken met de "chef-marktwezen". Er lijkt een besluit te zijn genomen om Dekker zich te laten inschrijven voor de resterende vier dagen als "losse plaats". De notitie wordt doorgeleid naar de inspecteur ("Insp.") met de relevante eerdere dossiers ("oude stukken"). Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de regulering van markten en standplaatsen strikt. In het voorjaar van 1941 werden er door de bezetter specifieke verordeningen uitgevaardigd die de aanwezigheid van Joodse kooplieden op openbare markten beperkten of verboden, wat leidde tot een herindeling van standplaatsen en het ontstaan van specifieke "Joodse markten".

Hoewel dit document op het eerste gezicht een gewone administratieve kwestie lijkt over een standplaatsruzie, moet het gezien worden tegen de achtergrond van deze bureaucratische herschikking. De ambtelijke nauwkeurigheid waarmee verzoeken worden gewogen en historische afwijzingen worden aangehaald, is typerend voor de Nederlandse overheidsadministratie die tijdens de bezetting bleef functioneren. Namen als "Dekker" en "De Haan" zijn zeer algemeen, maar de locatie (Amsterdam) en de datum maken dit document een klein puzzelstukje in de complexe marktgeschiedenis van de stad tijdens de oorlogsjaren.

Samenvatting

Dit document is een interne ambtelijke notitie betreffende een geschil of verzoek om een standplaatsvergunning. De heer Alb. Dekker, wonende aan de Amstelveenscheweg 108, wenst een standplaats te bezetten in de Koningstraat (waarschijnlijk Amsterdam-Zuid), direct voor zijn eigen deur.

Uit de aantekeningen blijkt dat de huidige standplaatshouder, ene Koninck, daar slechts twee dagen per week staat (woensdag en zaterdag). Dekker wil de overige vier dagen van de week opvullen. Er wordt expliciet vermeld dat dit een "oude zaak" is; Dekker heeft blijkbaar eerder geprobeerd rechten op deze plek te claimen, maar dit werd door de gemeente ("gemeentewege") afgewezen.

De notitie documenteert de voortgang: op 11 juni is er overleg met De Haan, en op 20 juni is de zaak besproken met de "chef-marktwezen". Er lijkt een besluit te zijn genomen om Dekker zich te laten inschrijven voor de resterende vier dagen als "losse plaats". De notitie wordt doorgeleid naar de inspecteur ("Insp.") met de relevante eerdere dossiers ("oude stukken").

Historische Context

Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de regulering van markten en standplaatsen strikt. In het voorjaar van 1941 werden er door de bezetter specifieke verordeningen uitgevaardigd die de aanwezigheid van Joodse kooplieden op openbare markten beperkten of verboden, wat leidde tot een herindeling van standplaatsen en het ontstaan van specifieke "Joodse markten".

Hoewel dit document op het eerste gezicht een gewone administratieve kwestie lijkt over een standplaatsruzie, moet het gezien worden tegen de achtergrond van deze bureaucratische herschikking. De ambtelijke nauwkeurigheid waarmee verzoeken worden gewogen en historische afwijzingen worden aangehaald, is typerend voor de Nederlandse overheidsadministratie die tijdens de bezetting bleef functioneren. Namen als "Dekker" en "De Haan" zijn zeer algemeen, maar de locatie (Amsterdam) en de datum maken dit document een klein puzzelstukje in de complexe marktgeschiedenis van de stad tijdens de oorlogsjaren.

Locaties

Amsterdam (afgeleid uit straatnamen en context).