Administratief bijblad (formulier 'Alg. Zaken Model No. 14') van de Dienst der Marktwezen.
Origineel
Administratief bijblad (formulier 'Alg. Zaken Model No. 14') van de Dienst der Marktwezen. April – Mei 1941. (In het kader linksboven)
BIJBLAD VAN:
M. No. 25 / 30/3 1941
DOORGEZONDEN: 3/4-41.
(Centrale tekst)
Tegen inwilliging van bijgaand
verzoek van Y. Vuurman, volgn. v. h. n. W. 623 AC, bestaan
geen bezwaren.
Vaste plaats kan worden
toegewezen.
(Zie rapp. chef Marktwezen)
(Notities rechtsboven)
Th. v. Moerkerken 415
advies
4-4-41
deHaan
Den Heer Inspecteur
th Marktwezen
Alhier.
(Notities midden rechts)
Amst. 7/4-41
[Handtekening]
Th. v. Moerkerken,
hoe heeft deze zaak
zich afgewikkeld?
bericht a.u.b.
Amst. 29/4 '41
[Handtekening]
(Notities onderaan)
9-4-41
deHaan
[In rood potlood/stempel]: afgedaan p.b. 3/5 '41 [Paraaf]
H. Alhier!
Vuurman heeft in eerste instantie een
plaatsingverzoek bij toewijzing vpl, daarom
afgezien van vpl! (zie dossier). Stond inge-
schreven voor wild en gevogelte. Nu daarna schriftelijk
verzocht om een vinkplaats. Geen ruimte, bovendien oud-gegadigden
thans opnieuw verzocht voor wild en gevogelte waarom zijn verzoek bewaard.
(Linkermarge, verticaal)
v.o. van vink-
plaats naar vogel-
markt was 15-4-41
deHaan
(Onderrand formulier)
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een administratief dossierstuk dat de voortgang van een verzoek voor een marktstandplaats vastlegt. De kern van de zaak is de toewijzing van een vaste plaats (vpl) aan de heer Y. Vuurman.
Uit de aantekeningen blijkt een bureaucratisch proces:
* In eerste instantie werd er gunstig geadviseerd (4 april).
* Er ontstond echter een complicatie omdat Vuurman eerst een aangeboden plaats weigerde, vervolgens om een 'vinkplaats' (voor zangvogels) vroeg waarvoor geen ruimte was, en uiteindelijk terugkeerde naar zijn oorspronkelijke wens voor een plaats voor 'wild en gevogelte'.
* De marge-notitie geeft aan dat er een verplaatsing van de vinkplaats naar de vogelmarkt plaatsvond op 15 april 1941.
* Het dossier werd uiteindelijk op 3 mei 1941 als "afgedaan" gemarkeerd. Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Het toont aan dat de lokale overheid, in dit geval de Dienst der Marktwezen, haar reguliere werkzaamheden en strikte administratieve procedures voortzette onder de nieuwe omstandigheden. De handel in klein wild en zangvogels (vinken) was in die tijd een gangbaar onderdeel van de stedelijke markten. De gedetailleerde verslaglegging over het al dan niet accepteren van een standplaats illustreert de schaarste aan beschikbare locaties en de nauwgezette regulering door de inspectie.