Ambtsnota / Correspondentieblad (Bijblad van de gemeente Amsterdam, afdeling Algemene Zaken).
Origineel
Ambtsnota / Correspondentieblad (Bijblad van de gemeente Amsterdam, afdeling Algemene Zaken). [Linksboven, in stempelkader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/38/1 1941
DOORGEZONDEN: 22/3-1941
[Rechtsboven:]
351
[Hoofdtekst:]
Wed. H. Polk-Heimann
voorkeurskaart nr 760 Alb. Cuypstr.
Wed. P. werd 21-3-’41 ingeschreven
en heeft direct een voorkeurskaart
ontvangen.
Tegen inwilliging verzoek bestaat Th. v Meerkerken
m.i. geen bezwaar!
(zie rapport chef marktwezen) 2-4-’41
deBoer
advies
26-3-’41
deBoer
Aan Uw Inspecteur
v/h Marktwezen alhier.
Gezien de omstandigheden, in bijgaand schrijven
aangehaald, bestaat m.i. geen bezwaar Mw H Polk Heimann
tot 15 mei a.s. uitstel van plaats bezetten te verleenen.
25/38/2M 4/4/41 [onleesbaar monogram] Amst. 1 april 41
modelbriefje [handtekening, mogelijk J. Moesker]
HD 3/4 41
[Linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek door de weduwe H. Polk-Heimann. Zij was een marktkoopvrouw op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam en bezat "voorkeurskaart nr. 760". Uit de aantekeningen blijkt dat zij op 21 maart 1941 officieel werd ingeschreven.
De kern van het document is een verzoek om uitstel voor het in gebruik nemen van haar staanplaats ("uitstel van plaats bezetten"). De ambtenaren (waaronder de heer De Boer, Chef Marktwezen) adviseren positief over dit verzoek. Er wordt geconcludeerd dat er "geen bezwaar" is om haar tot 15 mei 1941 uitstel te verlenen, gezien de specifieke omstandigheden die zij in een begeleidend schrijven (hier niet aanwezig) heeft toegelicht. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland, specifiek kort na de Februaristaking van 1941. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In deze periode werden de beperkingen voor Joodse burgers steeds strenger.
De namen "Polk" en "Heimann" zijn veelvoorkomend binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam in die tijd. De bureaucratische taal in dit document is typisch voor de gemeentelijke administratie die, ondanks de bezetting, in eerste instantie de reguliere procedures voor marktvergunningen en standplaatsen bleef volgen. Niet lang na de datum op dit document (april 1941) zouden Joodse marktkooplieden echter steeds vaker te maken krijgen met uitsluiting en specifieke "Jodenmarkten", voordat zij uiteindelijk geheel van de markt werden verdreven. Documenten als deze zijn essentieel voor het reconstrueren van de individuele lotgevallen van markthandelaren in oorlogstijd. H. Polk J. Moesker M. No Gemeente Amsterdam Marktwezen