Intern bijblad (notitieformulier) voor administratieve afhandeling.
Origineel
Intern bijblad (notitieformulier) voor administratieve afhandeling. Maart/April 1941. [Linksboven in kader/stempel]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/45/1 1941
DOORGEZONDEN: 31/3-’41.
[Rechtsboven handgeschreven]
404
[Hoofdtekst in zwart/bruin handschrift]
S. Korper
voorkeurskaart 720 Alb. Cuypstr.
Vrolikstraat 62 hs.
Aan S. Korper kan m.i. worden toege-
staan, om zich tot wederopzegging
op zijn plaats op de markt aan de Alb.
Cuypstraat te laten assisteeren - niet vervange -
door J. Marcus, geb 29-9-20.
[Rechtsonder hoofdtekst]
Th. v Maarkreiter
advies
2-4-’41
[Handtekening/Initiaal] Kals
[Overlappende tekst in donkere blauw-groene inkt]
Den Heer Directeur
v/h Marktwezen
alhier.
Mij. bezwaar tegen inwilliging van bijgaand
verzoek betreffende assistentie door Isaak Marcus geb. 29-9-20..
geen bezwaar.
[Aantekeningen in rood potlood]
modelbriefje
assistentie verz. 16/4/’41
25/45/2M
17/4/41 HS
[Rechtsonder in grijze inkt]
Amst. 17/4 1941
[Handtekening]
[Linksonder voorgedrukte formulierinformatie]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document weerspiegelt de nauwgezette bureaucratie van het Amsterdamse Marktwezen in 1941.
* Procedure: De aanvraag van S. Korper doorloopt verschillende ambtelijke lagen. De term "m.i." (mijns inziens) duidt op een eerste ambtelijk advies. De toevoeging "niet vervange" is cruciaal: de houder van de voorkeurskaart (Korper) moet zelf de verantwoordelijke blijven voor de marktplaats; de assistent (Marcus) mag slechts ondersteunen.
* Kleurgebruik: Zoals gebruikelijk in de archivistiek van die tijd, duiden verschillende kleuren op verschillende functies of stadia. Zwart voor de initiële opname, groen voor de directeur/beslisser, en rood potlood voor de administratieve verwerking (het versturen van de brief en het archiveren onder een dossiernummer).
* Identificatie: De assistent wordt volledig geïdentificeerd met zijn geboortedatum (29-9-20), wat essentieel was voor de persoonscontrole tijdens de bezettingsjaren. Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De namen S. (Salomon) Korper en Isaak Marcus, in combinatie met de woonlocatie (Vrolikstraat, een buurt met destijds veel Joodse inwoners), duiden erop dat het hier gaat om Joodse marktkooplieden.
In april 1941, kort na de Februaristaking, werden de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam aangescherpt. Hoewel Joodse kooplieden op dat moment nog op de Albert Cuypmarkt mochten staan, was er sprake van een toenemende administratieve druk. Later in 1941 zouden Joden volledig van de reguliere markten worden geweerd en verbannen worden naar speciaal aangewezen 'Joodse markten'.
Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) is bekend dat zowel Salomon Korper als Isaak Marcus de Holocaust niet hebben overleefd. Dit administratieve stukje papier documenteert een van de laatste momenten van hun relatief normale economische leven voordat de deportaties begonnen.