Doorslag van een officiële brief (besluit/vergunning).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (besluit/vergunning). Waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam (gezien de context en de ondertekening door 'De Directeur'). [Handgeschreven, rechtsboven:] L. de Leer
[Getypt, linksboven:] HG.
[Getypt, linksonder HG.:] 25/45/2 M.
[Handgeschreven, middenboven:] Verzonden 18/4
[Getypt, rechtsboven:] 17 April 1941.
[Getypt, adresblok:]
den Heer S.Korper,
Vrolikstraat 62 hs,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
[Getypt, inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d.28 Maart jl.
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en) Albert Cuypstraat
te laten bystaan - niet vervangen - door I.Marcus, geb.29-9-1920.
[Getypt, afsluiting:]
De Directeur, * Onderwerp: Het verlenen van een tijdelijke vergunning (tot wederopzegging) voor assistentie op een marktplaats.
* Kernbepaling: De heer Korper krijgt toestemming om zich op de Albert Cuypmarkt te laten bijstaan door I. Marcus (geboren op 29 september 1920). Er wordt expliciet vermeld dat dit 'bijstaan' is en geen 'vervangen'. De vergunninghouder moet dus zelf aanwezig blijven.
* Administratieve sporen: De aantekening "Verzonden 18/4" geeft aan dat de brief een dag na de datering daadwerkelijk is verstuurd. De code "25/45/2 M." is een intern dossier- of archiefnummer. De naam "L. de Leer" rechtsboven verwijst waarschijnlijk naar de behandelend ambtenaar of archivaris.
* Taalgebruik: Typisch zakelijk-ambtelijk Nederlands uit de eerste helft van de 20e eeuw (bijv. "hierby", "jl.", "tot wederopzegging"). * Historische periode: De brief dateert van april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Locatie: De Albert Cuypmarkt in Amsterdam-Zuid (toen aangeduid als wijk 20).
* Sociaal-historische betekenis: In deze periode werden anti-Joodse maatregelen door de bezetter steeds strenger. De namen Korper en Marcus komen veel voor binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam. In 1941 werd de bewegingsvrijheid van Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt; later dat jaar (juni 1941) mochten Joodse kooplieden alleen nog op speciaal aangewezen markten staan. Dit document toont de strikte administratieve controle op de marktvergunningen in deze beladen overgangsperiode. Het feit dat men expliciet iemand mocht laten "bijstaan" maar niet "vervangen", was een manier voor de gemeente om de controle te houden op wie er daadwerkelijk op de markt actief was.