Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 392
Dossier 2C
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke rapportage/getuigenverklaring.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke rapportage/getuigenverklaring. Op Maandag 29 Mei l.l. kreeg ik om ± 11 u. v.m bezoek van den heer
van Marle, vertegenwoordiger van het Agrarisch Front, alhier,
die vergezeld was, zooals hij mededeelde, van een prijzeninspec-
teur uit den Haag. Zij hadden samen de prijzen der goudrenetten
nagegaan en was de prijzeninspecteur tot de conclusie gekomen,
dat de detailprijs der appelen ver uitstak boven de prijzen, welke
golden op 10 Mei l.l.
Mij werd de vraag gesteld welke maatregelen het Markt-
wezen nam in verband met de prijsoverschrijding, waarop
ik antwoordde, dat een zoodanige vraag bij de Directie
thuis behoorde.
Intusschen vervoegde zich, terwijl ik met genoemde
heeren sprak, de keurmeester Ambrosius bij mij, waarna
ik de heeren met elkaar in contact bracht.
Gedrieën gingen zij daarop de kwaliteiten en de daar-
voor geldende prijzen controleeren.
Later vernam ik, dat verschillende fruithoofdlieden
waren geverbaliseerd wegens verkoop van appelen voor
een te hoogen prijs, althans een hoogere prijs dan die gold
voor de gelijksoortige kwaliteiten op 10 Mei l.l.

Amsterdam, 2 April '41
(getekend) [J.J. Smeenk] Het document is een verslag van een ambtenaar betreffende een prijscontrole die plaatsvond op 29 mei 1940 (afgeleid uit de datering van het rapport in april 1941 en de term "l.l." oftewel laatstleden).

De kern van de rapportage is de handhaving van de prijsvoorschriften tijdens de vroege bezetting. Een vertegenwoordiger van het nationaalsocialistische Agrarisch Front en een rijksinspecteur constateerden dat de prijzen van goudrenetten aanzienlijk hoger waren dan toegestaan. De opsteller van het stuk fungeerde als tussenpersoon en verbond de inspecteurs met de keurmeester Ambrosius voor een feitelijke controle op de markt. Het resultaat was dat diverse fruithandelaren ("fruithoofdlieden") beboet werden (geverbaliseerd) omdat zij zich niet hielden aan de prijsstop die gebaseerd was op het prijsniveau van voor de Duitse inval. Dit document biedt een inkijkje in de economische ordening en de beginnende nazificatie van de Nederlandse voedselvoorziening in het eerste jaar van de Tweede Wereldoorlog:

  1. Prijsstop 10 mei 1940: Direct na de inval bevroor de bezetter de prijzen op het niveau van 10 mei 1940 om inflatie en oorlogswinstmakerij te voorkomen. Dit referentiepunt bleef gedurende de hele oorlog een juridische standaard voor prijscontroles.
  2. Agrarisch Front: Dit was een pro-Duitse organisatie (gelieerd aan de NSB) die de landbouw en handel moest gaan beheersen volgens de principes van de 'Nieuwe Orde'. Hun actieve rol bij prijscontroles op de Amsterdamse markten toont aan hoe zij hun grip op de maatschappij verstevigden.
  3. Schaarste en Controle: Appels zoals de goudrenet waren een belangrijk onderdeel van het dieet. De strenge controle op de prijzen hiervan was noodzakelijk om de distributie beheersbaar te houden in een tijd van toenemende schaarste.

Samenvatting

Het document is een verslag van een ambtenaar betreffende een prijscontrole die plaatsvond op 29 mei 1940 (afgeleid uit de datering van het rapport in april 1941 en de term "l.l." oftewel laatstleden).

De kern van de rapportage is de handhaving van de prijsvoorschriften tijdens de vroege bezetting. Een vertegenwoordiger van het nationaalsocialistische Agrarisch Front en een rijksinspecteur constateerden dat de prijzen van goudrenetten aanzienlijk hoger waren dan toegestaan. De opsteller van het stuk fungeerde als tussenpersoon en verbond de inspecteurs met de keurmeester Ambrosius voor een feitelijke controle op de markt. Het resultaat was dat diverse fruithandelaren ("fruithoofdlieden") beboet werden (geverbaliseerd) omdat zij zich niet hielden aan de prijsstop die gebaseerd was op het prijsniveau van voor de Duitse inval.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de economische ordening en de beginnende nazificatie van de Nederlandse voedselvoorziening in het eerste jaar van de Tweede Wereldoorlog:

  1. Prijsstop 10 mei 1940: Direct na de inval bevroor de bezetter de prijzen op het niveau van 10 mei 1940 om inflatie en oorlogswinstmakerij te voorkomen. Dit referentiepunt bleef gedurende de hele oorlog een juridische standaard voor prijscontroles.
  2. Agrarisch Front: Dit was een pro-Duitse organisatie (gelieerd aan de NSB) die de landbouw en handel moest gaan beheersen volgens de principes van de 'Nieuwe Orde'. Hun actieve rol bij prijscontroles op de Amsterdamse markten toont aan hoe zij hun grip op de maatschappij verstevigden.
  3. Schaarste en Controle: Appels zoals de goudrenet waren een belangrijk onderdeel van het dieet. De strenge controle op de prijzen hiervan was noodzakelijk om de distributie beheersbaar te houden in een tijd van toenemende schaarste.

Locaties

Amsterdam.