Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 12 april 1941. D.J. Heik, Van Ostadestraat 6 III, Amsterdam. Waarschijnlijk de Marktmeester of de Gemeentelijke Marktverordening Amsterdam. No 25 / 51 / 1 [stempel: 11.1.1941] 15/4
Amsterdam 12/4 '41
Ondergetekende D J Heik
heeft vernomen dat zijn
plaats op de markt Alber Cuyp
is ingetrokken
Waar ik in de veronderstelling
leefde dat ik na het betalen van
mijn achterstallige markt geld
mijn plaats behouden kon
en ik er prijs op stel mijn plaats
te behouden verzoek ik u
beleefd de intrekking ongedaan
te maken
Ik zal er zorg voor dragen dat
tijdens mijn werkzaamheden
in Frankrijk de markt gelden
zullen worden betaald
Inmiddels hoogacht
D J Heik
v Ostade straat 6 III
Amsterdam
25 Het document is een formeel verzoek van een marktkoopman, D.J. Heik, aan de Amsterdamse marktautoriteiten. De kern van het schrijven is het behouden van een standplaats op de Albert Cuypmarkt. De vergunning voor deze plaats was ingetrokken, vermoedelijk wegens een betalingsachterstand ("achterstallige marktgeld").
Heik voert aan dat hij in de veronderstelling verkeerde dat het voldoen van de schuld voldoende zou zijn om de rechten op de standplaats te behouden. Opvallend is de reden die hij opgeeft voor zijn mogelijke afwezigheid of eerdere nalatigheid: hij verricht werkzaamheden in Frankrijk. Hij belooft dat de toekomstige betalingen gewaarborgd zijn, ook tijdens zijn verblijf in het buitenland. De brief is gedateerd op 12 april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Tijdens de bezettingsjaren veranderde de marktreglementering ingrijpend, onder andere door de uitsluiting van Joodse kooplieden en de algemene economische schaarste.
De vermelding van "werkzaamheden in Frankrijk" is historisch interessant. In deze periode van de oorlog werkten veel Nederlandse mannen in het buitenland. Dit kon op vrijwillige basis zijn (bijvoorbeeld in de bouw of landbouw), of via de vroege vormen van de arbeidsinzet. Voor een marktkoopman was het aanhouden van zijn standplaats van cruciaal belang voor zijn bestaanszekerheid bij terugkeer. Het document illustreert de bureaucratische realiteit van burgers die probeerden hun dagelijks leven en nering voort te zetten onder de beperkende omstandigheden van de bezetting. D.J. Heik